Boekrecensies


Sinds 2015 schrijf ik boekrecensies voor www.boekenbijlage.nl
Op deze pagina zal ik mijn recensies met jullie delen, maar ook enkele die niet op Boekenbijlage geplaatst zijn.

Te verwachten:
Mijn recensie van: Goede dochter van Karin Slaughter
    Het huwelijkspact van Michelle Richmond
    


18 juli 2017
De geheime vrouw - Gill Paul - vert. Saskia Peterzon-Kotte - Bruna - 460 pag.
Gill Paul komt uit Glasgow maar werkt nu in Londen in het uitgeversvak nadat ze Engelse literatuur, geschiedenis en geneeskunde heeft gestudeerd. De geheime vrouw is haar debuutroman.

Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog leert Dmitri Malama Yakovlevitsj de Groothertogin Tatjana – dochter van Tsaar Nicholas II – kennen als zij hem verpleegt in het hospitaal voor gewonde soldaten. Ze worden direct verliefd op elkaar, maar is deze liefde mogelijk in de roerige tijden van oorlog en revolutie?

In 2016 verlaat Kitty Londen nadat ze ontdekt heeft dat haar man Tom haar ontrouw is geweest. Ze heeft een boshuisje in Lake Akanabee in de Verenigde Staten geërfd van haar overgrootvader en ze wil daar tot rust komen en het huisje opknappen. Dan vindt ze een waardevolle hanger, die – na taxatie – uit de tijd van de Russische revolutie moet komen. Ook krijgt ze een dagboek in handen dat stamt uit dezelfde tijd. Gaandeweg probeert ze het verleden van haar overgrootvader Dmitri te ontrafelen. Wie was de dagboekschrijfster en waarom leefde haar overgrootvader zo afgezonderd alleen in zijn boshuisje? Waarom hebben haar oma Martha en haar moeder Elizabeth nooit iets verteld over Dmitri?

Gill Paul weet heden en verleden mooi met elkaar te verweven. Door de zoektocht van Kitty kom je langzaamaan achter het levensverhaal van Dmitri en zijn verhouding met Tatjana. Vooral deze historische liefde is erg mooi omschreven, je voelt de band tussen de twee.
Wat het extra spannend maakt, is dat de geschiedenis van de laatste Tsarenfamilie bij vrijwel iedereen bekend is (zij worden allemaal in 1917 vermoord, waarna Rusland geen monarchie meer heeft). Ondanks dat je weet hoe het met ze afloopt, blijft de spanning toch hoog. Zal de schrijfster de historie in tact laten, of zal ze er haar eigen draai aan geven?

Wat ook leuk is, is dat het dit keer eens niet om Anastasia gaat. Zij wordt wel genoemd, en ook de geschiedenis van de verschillende vrouwen die in de loop der tijd claimden dat zij de jongste dochter van de Tsaar waren, wordt verteld. Maar in dit boek draait alles om Tatjana, de tweede dochter. Heeft zij de moordpartij wél overleefd? En zo ja, zal Dmitri haar weten te vinden? De éénmansacties die hij uitvoert om zijn geliefde Tatjana te redden zijn wel een beetje onrealistisch, maar het stoort niet, het houdt de spanning er juist goed in. Het liefdesverhaal van Kitty en haar man Tom is daarentegen wat mager. Het komt een beetje rommelig en onuitgewerkt over. Gelukkig is dit gedeelte maar een klein stuk van de hele roman.

Vergeet vooral het historische dankwoord aan het einde niet te lezen, daar komen nog meer feiten aan het licht. Tipje van de sluier: Dmitri blijkt echt bestaan te hebben!

De geheime vrouw is een heerlijk spannende, historische liefdesgeschiedenis. Als je niet beter zou weten en de technische onmogelijkheden laat voor wat ze zijn, zou het misschien nog echt gebeurd kunnen zijn ook.


29 juni 2017
Recepten voor liefde & moord – Sally Andrew – Vertaling: Barbara Lampe – Uitgeverij Orlando – 416 blz.
Sally Andrew woont op een natuurreservaat in Klein Karoo, Zuid-Afrika. Haar inspiratie voor Recepten voor liefde & moord heeft ze overduidelijk uit haar eigen woonomgeving gehaald. Tijdens het lezen van dit boek waan je jezelf in Zuid-Afrika, zo mooi is de flora en fauna omschreven. En niet te vergeten het klimaat, de warmte komt je tegemoet tijdens het lezen.

Tannie Maria (Tannie is een aanspreektitel die respectvol wordt gebruikt voor oudere, wijze vrouwen en betekent zoiets als “tante”) is een vrouw op middelbare leeftijd, die een slecht huwelijk heeft gehad, maar na het overlijden van haar man geniet van koken, eten en haar baan als columniste bij de Klein Karoo Gazette. Haar collega’s Harriët en Jessie zijn haar beste vriendinnen en thuis geniet ze van en praat ze met haar kippetjes.

Als haar kookrubriek moet verdwijnen, verzint Harriët een list; Tannie’s rubriek wordt omgezet in een liefdesadviezen-column, aangevuld met recepten die kunnen helpen bij al het liefdesleed. Op een dag wordt er een vrouw vermoord en komt Tannie erachter dat zij één van de briefschrijfsters was die haar om raad had gevraagd, omdat ze een agressieve man had. Tannie gaat samen met Harriët en Jessie op onderzoek uit en ze leert zo ook de norse, maar aantrekkelijke rechercheur Henk Kannemeyer kennen.

Recepten voor liefde & moord is een luchtige who-done-it en Andrew heeft overduidelijk Miss Marple van Agatha Christie als voorbeeld gebruikt. Maar het is absoluut geen imitatie geworden. Tannie heeft haar eigen unieke karaktertrekken en die heeft Andrew erg leuk weten te omschrijven. Het geheel wordt echter wel in de eerste persoon gebracht. Ik vraag mij af of het niet beter over was gekomen als ze in de derde persoon had geschreven. Zo is Tannie nogal naïef en dat is moeilijk uit te leggen als je dat in de ik-vorm moet verwerken.

Het verhaal wordt doorspekt met heel veel Zuid-Afrikaanse woorden. Vooral in het begin wordt er rijkelijk mee gestrooid. Als Nederlander is dit wel leuk om te lezen, omdat het heel herkenbare woorden zijn, maar ik vraag me af hoe de Engelse versie ervaart zal worden.

Tannie is het hele boek door aan het koken en bakken. Overal waar ze heen gaat wordt er melktert of beskuit meegenomen en uitgedeeld. De manier waarop Andrew dit verwerkt in het verhaal, zorgt ervoor dat je zelf heel graag een melktert wilt proeven. Achterin het boek worden ook nog eens de recepten gedeeld, dus voor de lezers die ook van koken en bakken houden is dit echt een geniaal boek.

Het boek wordt door de uitgever omschreven als een humoristische, spannende en smakelijke roman en daar is geen woord van gelogen.
“’Ga je gang, wrattenzwijn,’ zei Anna met rechte rug en haar schouders naar achteren. ‘Vermoord me maar, moordenaar die je bent.’
‘Jij komt hier niet mee weg,’ zei Dirk. Opeens trok hij van onder zijn shirt een pistool tevoorschijn.(…)
Piet was zo snel dat ik hem amper zag. Hij sloeg Dirks arm omhoog op het moment dat er een schot werd gelost. (…)
‘Genoeg,’ zei de rechercheur.
Kannemeyer draaide Dirks arm op zijn rug. Dirk maakte een snuivend geluid. Ze hadden allebei plafondstof in hun haar.
‘Dikke rat,’ mompelde Dirk toen hij langs Anna werd geduwd, de kamer uit.
Ik schudde mijn hoofd. Het was allemaal zo grof. Zo onnodig. Anna was helemaal niet dik. Ze was een beetje gevuld, zoals elke vrouw die drie maaltijden per dag at. Maar het was gewoon verkeerd om haar dik te noemen.”

In 2018 verschijnt het tweede deel in de serie: Tannie Maria en de satanische monteur.


15 mei 2017
Over het spoor – Eva Keuris – Prometheus – 269 blz.
Eva Keuris (1978) schrijft toneelstukken en televisieseries en is voornamelijk bekend als eindredacteur van de serie Spangas. Over het spoor is haar debuutroman.

Stella heeft enkele boeken geschreven, maar niet onder haar eigen naam. Ze is een zogenaamde ‘ghostwriter’. Als ze benaderd wordt om een boek te schrijven over een oude moordzaak, grijpt ze deze kans met beide handen aan. Eindelijk een boek onder haar eigen naam.

Ingmar, Julian en Remi zijn veroordeeld voor de moord op de tienjarige Jordi de Wit. Alle drie claimen ze onschuldig te zijn. Als ze weer vrij zijn na jaren gevangenisstraf, wil Ingmar dat Stella een boek schrijft waaruit blijkt dat hij onschuldig is. Dat is voor hem de enige manier om weer verder te kunnen met zijn leven. Stella bijt zich vast in het verhaal en interviewt alle betrokkenen uit de tijd van de moord. Maar de gevoelens die ze voor Ingmar ontwikkelt staan haar objectiviteit wel in de weg.

Het boek begint met een stukje over het leven van Stella, hoe haar jeugd was en hoe ze zich heeft ontwikkeld. De vraag die direct naar boven komt: hoeveel autobiografische stukken zijn er in verwerkt?

Keuris wisselt het levensverhaal van Stella af met het verhaal over de moord op Jordi de Wit. We lezen hoe Stella’s boek langzaamaan ontstaat en we krijgen passages te lezen die ze schrijft. Hier zit duidelijk de spanning al in verwerkt, omdat je als lezer nog steeds twijfelt: hebben Ingmar en zijn vrienden het nu wel of niet gedaan?
De afwisseling tussen het moordverhaal en Stella’s leven is heel subtiel gedaan. Je ziet overeenkomsten tussen Stella en Ingmar (ze hoorden vroeger nooit ergens bij en waren echte einzelgänger), maar toch zijn ze heel verschillend. Ze krijgen een relatie tijdens het ontstaan van het boek, wat niet heel onlogisch is, aangezien ze zoveel overeenkomsten hebben. Helaas voelde ik die chemie niet tussen hen beide, ik vond het erg geforceerd overkomen.

Er is vaak discussie wanneer een spannend boek een literaire thriller genoemd kan worden. Ik vind Over het spoor nou echt een goed voorbeeld van een literaire, psychologische thriller. Het verhaal draait niet alleen om feiten, maar ook om gevoelens, omstandigheden en er wordt over dingen dieper nagedacht.
“Soms verliest een naam de persoonlijkheid die erachter schuilgaat. Als de persoon te beroemd of berucht wordt, verandert de naam in merk, symbool, in enkele gevallen zelfs vervoegd tot bijvoeglijk naamwoord. Marc Dutroux, Franz Kafka, Adolf Hitler. Deze mensen zijn zo geboren, met deze namen. De ouders van Hitler vonden Adolf de mooiste, of in ieder geval de meest geschikte, naam voor hun zoon. Ze konden er geen idee van hebben dat ze met die keuze de naam Adolf voor altijd zouden besmetten. (…) Het is niet verwonderlijk dat slachtoffers zelden de geschiedenisboeken halen. Ze zijn per definitie niet interessant. Meestal deden ze weinig bijzonders, ze leefden gewoon hun leven, totdat daar bruut een einde aan werd gemaakt.”

De cover van het boek is mooi gemaakt, een beetje mystiek. Een jongen in een zacht blauw licht, met voor zijn ogen een haarlok, die verdrietig maar tegelijkertijd bijdehand uit zijn ogen kijkt. Over het spoor is een spannend en origineel boek en ik ben benieuwd of Eva Keuris na dit goede debuut door blijft gaan met literaire thrillers schrijven.

Lees hier het interview met Eva Keuris.

15 mei 2017
Een kleine moeite – Darcey Bell – Vertaling: Ireen Niessen – Prometheus – 352 blz.
Darcey Bell (1981) is een onderwijzeres uit Iowa. Een kleine moeite is haar debuutroman. En ik kan niet anders zeggen dan dat het een sterk debuut is.

Stephanie is weduwe en een “übermama” die een blog bijhoudt over alles wat met haar dagelijkse leven en met haar zoontje te maken heeft. Ze heeft een BFF – Emily- die precies het tegenovergestelde van Stephanie is, maar er is een hechte band tussen de twee. Emily’s zoontje is het beste vriendje van Stephanies zoontje, dus genoeg materiaal om over te bloggen.

Het boek begint direct spannend met een blogpost van Stephanie: Emily is verdwenen! Ze heeft haar zoontje bij Stephanie achter gelaten – wat de beide moeders wel vaker onderling doen – maar na een paar dagen is ze nog steeds niet terug. Sean, de echtgenoot van Emily, komt terug van zijn zakenreis en samen met Stephanie probeert hij om het leven van zijn zoon een beetje op de rit te houden na het verdwijnen van zijn moeder. Er ontstaat een band tussen Sean, Stephanie en beide jongetjes en ook daar blogt Stephanie uiteindelijk over.

De blogs worden afgewisseld met de werkelijke gebeurtenissen, zoals ze verteld worden door Stephanie, maar later komen ook Emily en Sean aan het woord. En daar zit nou juist de spanning in. De werkelijkheid is alles behalve wat de buitenwereld denkt te zien. Iedereen heeft geheimen en langzaamaan worden die in kleine beetjes onthuld.

“Aanvankelijk dacht ik dat Stephanies blog onschuldige boomknuffelende bullshit was. Maar toen ik haar leerde kennen, was het interessant om de kloof te zien tussen de vrouw die ze in haar blog voorwendde te zijn en de persoon die ze was. Als je het blog las, kwam ze over als het toonbeeld van fatsoen, de beste en eerlijkste mama die ooit heeft geleefd, terwijl ze in feite een vrouw was die een lange, hartstochtelijke verhouding had gehad (…).”

Wat is er met Emily gebeurd? Heeft de echtgenoot het gedaan, zoals meestal in eerste instantie vanuit wordt gegaan? Wat is Stephanies rol in het geheel? En welke mysteries dwarrelen er rondom Emily?

Het verhaal is origineel bedacht met de afwisseling van blogposts en de werkelijke gebeurtenissen en het is goed uitgewerkt. Elke keer als je denkt dat je weet hoe het in elkaar zit, komt er weer een bizarre wending en is alles toch weer anders dan je denkt. Tot het allerlaatst heb je geen idee hoe alles in elkaar steekt. Ondanks dat er weinig dialoog in voorkomt, is het verhaal geschreven met een prettige, toegankelijke schrijfstijl en is Een kleine moeite echt de moeite van het lezen waard.


19 april 2017
De kunst van het weggooien – Nagisa Tatsumi – Vert.: Geert van Bremen – Kosmos – 186 blz.
De Japanse auteur Marie Kondo schreef in 2015 haar boek Opgeruimd! waarin ze pleit voor het weggooien van alle spullen waar je niet van houdt. Haar inspiratie haalde ze uit het opruimboek van Nagisa Tatsumi. Deze Japanse schreef al in 2000 haar adviserende tips in De kunst van het weggooien. In 2005 kwam er een nieuwe, herschreven editie en nu in 2017 is er dan ook een Nederlandse vertaling.

Vroeger werden spullen pas vervangen als de oude op en versleten waren. Tegenwoordig wordt er alleen nog maar gekocht om het kopen. Resultaat is dat je kasten en je hele huis vol komen te liggen met ongebruikte dingen. Nagisa Tatsumi pakt in het boek De kunst van het weggooien dit probleem eigenlijk heel simpel aan: alles wat je niet meer gebruikt, of gebruikt hebt in het laatste jaar, kun je weggooien. In het boek geeft ze in tien stappen tips en voorbeelden hoe je dit het beste kunt doen.

De grootste struikelblokken zijn kleding, boeken en tijdschriften, deze worden massaal bewaard. Als één van de tips geeft ze aan om iemand in huis aan te wijzen die verantwoordelijk is voor bijvoorbeeld de kranten. Diegene ziet een krant slingeren en vraagt: “Heb je deze krant uit?”. Is het antwoord “ja” dan gooit de verantwoordelijke de krant weg. Is het antwoord “nee, nog niet”, dan zegt de verantwoordelijke: ”Als je het hebt uitgelezen, gooi je het dan weg?” En zo is de verantwoordelijke klaar met zijn taak. Op zich heel simpel bedacht, maar uit ervaring weet ik dat dit helaas niet werkt met pubers in huis!
Verder zijn het allemaal hele goede en eigenlijk heel logische tips. Ik heb ze uitgeprobeerd op mijn keukenkastjes en deze zijn nu voor de helft leger dan voordat ik in het boek begon.

Het leuke van dit boek is dat het een vertaling uit het Japans is. Je komt zo grappige, leuke Japanse cultuurdingetjes te weten.
“Het heeft me enorm verbaasd dat ‘weggooien’ door meerdere mensen werd geassocieerd met ‘ubasute’ (letterlijk opoe wegdoen, zou een oud Japans gebruik zijn, waarbij een hoogbejaard familielid naar een afgelegen plek wordt gebracht om daar te sterven).”

Het enige waar je voor moet oppassen zijn de Heilige Koeien. Dit zijn de spullen met emotionele waarde. En voor ieder persoon zijn die weer anders. Zo hecht de één veel waarde aan zijn boeken, terwijl de ander ze direct bij het oud papier gooit. In je enthousiasme van het weggooien moet je niet je eigen Heilige Koeien uit het oog verliezen.

Ik vond het een nuttig boek en ik kan het dan ook aanraden als je binnenkort nog bezig gaat met de Grote Schoonmaak.


11 april 2017
Keepster gezocht - Pieter Feller/Tiny Fisscher - Luitingh-Sijthoff - 136 pag.
Het gouden F2 team -Feller en Fisscher- zijn met een broodje bal en een cola weer in de kantine gaan zitten om het tweede deel te schrijven voor de leuke meiden-voetbalserie “Het meidenteam”.

In deel één zette het hele team zich in om geld bij elkaar te sprokkelen om zo nieuwe voetbalschoenen voor Lynn te kopen. In deel twee raakt keepster Amy geblesseerd en moeten ze op zoek naar een vervangster. 

Maar net zoals in het debuut van deze reeks gaat het nu ook niet alleen om voetbal. Er komen diverse sociale thema’s voorbij. Zo is het voor sommige ouders moeilijk te accepteren dat trainster Rosalie gaat samenwonen met een vrouw en mogen enkele meisjes daarom niet naar het housewarming feestje. Hoe wordt dit opgelost?
Op het moment dat ik dit schrijf, staan de kranten bol van het verhaal van twee homoseksuele mannen die in elkaar zijn geslagen toen ze hand in hand door Arnhem liepen. Heel mooi dat in een kinderboek dit thema op een duidelijke maar eerlijke manier aandacht krijgt.

Leuk is dat in het begin van het boek het hele team wordt voorgesteld. En niet alleen met naam en veldpositie, maar ook met hun achtergronden en wat de ouders voor beroep hebben. Zo zie je direct dat de schrijvers geen onderscheid maken tussen zwart, blank, homo, religie, arm of rijk. 
Maar het belangrijkste is dat ook de meiden zelf daar geen moment bij stil staan. Zij zijn gewoon vriendinnen en willen voetballen. En zo zou het toch ook moeten zijn in de echte wereld?

Het technische gedeelte -diverse voetbalacties- wordt vakkundig en beeldend beschreven en is geen moment saai of langdradig. En dat er af en toe ook jaloezie onderling voorkomt maakt het beeld realistisch en niet te zoetsappig.
De auteurs hebben een kleine hommage aan de vorig jaar overleden Johan Cruijff gebracht brengen. Trainster Rosalie dist regelmatig “Cruijffiaanse” uitspraken op en er wordt zelfs een anekdote verteld die denk ik weinig mensen weten over Cruijff. Erg leuk gedaan.

Kortom: deel twee is net zo goed, zo niet beter, als deel één en voor meiden van tien tot twaalf jaar hoop ik dat team F2 nog lang niet degradeert.


11 april 2017
Jager – Lars Kepler – Vertaling: Clementine Luijten en Jasper Popma – Cargo – 541 blz.
Het is al weer enkele jaren geleden dat ik Hypnose en Contract van Lars Kepler heb gelezen. Ik weet dan ook niet meer precies waar het over ging, maar ik herinner me wel dat ik het hele goede boeken vond. De boeken die na Contract kwamen heb ik gemist, maar ik heb nu de draad weer opgepakt met JagerWat er in de tussentijd met hoofdpersoon Joona Linna is gebeurd weet ik niet, maar de belangrijkste elementen van zijn leven kom je gaandeweg wel te weten. Voor dit verhaal maakt het in ieder geval niet uit.

Als de minister van Buitenlandse Zaken op koelbloedige wijze wordt vermoord, verwacht de geheime dienst van Zweden dat er meer slachtoffers zullen vallen. Bij wijze van uitzondering wordt Joona Linna uit de gevangenis gehaald, die er een straf uitzit wegens betrokkenheid bij een moord, en ze verwachten van hem dat hij de volgende aanslag zal tegen houden.

Alles loopt echter anders dan verwacht en de moorden blijven doorgaan. Wie is de wraakzuchtige moordenaar die voordat hij toeslaat een kinderrijmpje via de telefoon laat horen? Wat heeft tv-kok Rex Müller met het verhaal te maken? En zal Joona Linna er samen met collega Saga Bauer in slagen de moordenaar tegen te houden?

Het boek begint direct spannend en zal dit ook tot het einde toe blijven. In het begin heb je geen idee welke kant het verhaal op gaat en de auteurs (Lars Kepler is het pseudoniem van het schrijversechtpaar Ahndoril) weten je goed op het verkeerde spoor te brengen. Maar gaandeweg wordt alles in kleine stappen duidelijk gemaakt. De plot zit slim in elkaar, is goed opgebouwd en de scene-wisselingen gaan niet te snel, zodat je lekker enkele hoofdstukken achter elkaar kunt doorlezen zonder te vaak te moeten schakelen van personages.
Een klein cliché is wel wat we vaker tegenkomen in Scandinavische thrillers: een ex-politieman die niet meer wil rechercheren, maar uiteindelijk toch wordt overgehaald. Leuk detail voor de Nederlandse lezers: Joona Linna is getraind door een Nederlandse commando met de naam Rinus Advocaat. Lars Kepler voert veel karakters op, maar deze worden erg vakkundig uitgewerkt, zodat je niet zoekende bent wie wie ook al weer is en wat zijn/haar rol in het geheel is.

De auteurs hebben een hele prettige manier van dingen beschrijven. Niet te ingewikkeld, maar gewoon lekker lezend. Door simpele, herkenbare details te beschrijven voel je je direct betrokken in het verhaal en weet je precies wat de personen doormaken en voelen.
“Saga voelt haar bezwete billen vastkleven aan het leer van haar motorpak. ‘We hebben te maken met een professionele of semiprofessionele moordenaar die binnen het kader van zijn opdracht blijft,’ vertelt ze en ze probeert haar billen een stukje op te tillen.“

Het einde van het verhaal is enorm spannend, zonder dat het te langdradig is. Het kan op zoveel manieren aflopen, dat je het boek niet weg wilt leggen voordat alles achter de rug is.
Als laatste is er een epiloog geschreven, maar deze zou je als een proloog voor een volgend deel kunnen beschouwen. We weten in ieder geval nu wel dat de rol van Joona Linna als politieman nog niet klaar is. In de tussentijd ga ik de voorgaande delen maar eens lezen.

27 maart 2017
Draai je niet om – Tove Alsterdal – Vertaling: Bart Kraamer – Prometheus – 411 blz.
Eva’s ex-man Svante wordt ’s nachts doodgestoken als hij bij de buurtsuper wat boodschappen heeft gedaan. Eva is getuige (ze heeft nog steeds gevoelens voor Svante en heeft hem achtervolgd) en wordt door de moordenaar bewusteloos geslagen. Als ze weer bijkomt, belt ze de politie en vervolgens wordt zij als dader gezien en opgesloten. Na een week komt ze weer vrij wegens gebrek aan bewijs. Eva is vastbesloten om de werkelijke dader op te sporen, want zolang hij nog steeds vrij rond loopt, houdt de politie haar in de gaten als degene die Svante heeft vermoord. Een Roemeense bedelaarster zou alles gezien moeten hebben, dus gaat Eva naar haar op zoek. Maar dat is nog niet zo gemakkelijk, ze lijkt van de aardbodem verdwenen.

Het boek begint erg spannend met de moord op Svante. In de woonwijk waar hij woonde met zijn nieuwe vriendin was vijfentwintig jaar geleden een psychiatrisch ziekenhuis gevestigd. Het gebouw staat er nog, de nieuwe woonwijk is verderop gebouwd. Enkele bewoners zien nog steeds af en toe schimmige figuren door hun tuin wandelen en naar binnen kijken. Dit alles maakt het hele verhaal erg mysterieus. Met de mooie vertelstijl van Alsterdal heb je een vertrouwde Scandinavische thriller in handen.
“Het was tenslotte zo helder daarbinnen, zo verdomde wit geboend en verlicht door spots en muurlampen dat niemand in het donker buiten zou kijken waar Eva stond, tussen de boomstammen en rotsblokken die er lagen sinds het landijs zich terug had getrokken, verborgen in een bosje met struiken.”

Helaas houdt hierna de spanning grotendeels op. Eva heeft al een paar jaar geen contact meer met haar zoon Filip, omdat hij haar de scheiding met Svante nog steeds kwalijk neemt. Ze heeft zijn hulp nodig bij haar zoektocht naar de Roemeense getuige, dus volgt er een reis naar Berlijn waar Filip woont. Uiteindelijk weet ze hem zover te krijgen om mee te gaan naar Roemenië. Hier begint het verhaal flink te rammelen. Er wordt bijna een derde van het boek aandacht besteedt aan de geschiedenis en onderdrukking van de Roma en dat is niet echt boeiend als je een fijne thriller in handen denkt te hebben. Ook de relatie tussen Eva en Filip is niet goed uit de verf gekomen.

Naast de zoektocht van Eva is er ook nog een ijverige buurman van Svante aan de slag gegaan met de moord. Ook deze tweede verhaallijn is een beetje overbodig. Er zitten zeker spannende elementen in het gebeuren rondom buurman Niklas, maar het was genoeg geweest als de schrijfster zich had beperkt tot de kern van de zaak, hoe deze buurman tot zijn belangrijke vondst was gekomen. Het was niet nodig om hem ook een uitgebreide levensgeschiedenis mee te geven, omdat dit er helemaal niet toe doet voor de clou van het verhaal.

De plot is wel weer leuk bedacht en dat is ook de reden waarom je verder wilt lezen. Door wie is Svante vermoord en waarom? Maar de weg ernaar toe verloopt grotendeels rommelig en te ingewikkeld en dat is jammer.

Draai je niet om is het vierde boek van Alsterdal. Haar voorgaande thriller Geef me je hand werd uitgeroepen tot beste Zweedse misdaadroman van 2014. Misschien had ik die moeten lezen?


20 maart 2017
Boud, het verzamelde leven van Boudewijn Büch – Eva Rovers – Prometheus – 574 blz.
Tot mijn grote schande moet ik bekennen dat ik nog nooit een boek van Boudewijn Büch heb gelezen, zelfs De kleine blonde dood niet. Mijn herinneringen aan hem zijn voornamelijk van zijn optredens bij Barend & van Dorp, waar hij met zijn witte handschoentjes zijn boeken behandelde als de zeldzaamste en kostbaarste schatten. Zijn humor en onuitputtelijke woordenstroom amuseerden mij kostelijk.

Toen hij plotseling op 54-jarige leeftijd aan een hartstilstand overleed in 2002 was ik dan ook in “shock” zoals de meeste Nederlanders, maar al snel vervaagde de figuur Büch tot een van de schrijvers die met stapels boeken tegelijk bij de antiquariaten lag.

Toen ik de biografie van Eva Rovers zag, was ik toch direct weer geïnteresseerd. Wie was Boudewijn Büch nu eigenlijk? Hij was nu voornamelijk bekend als die schrijver die zijn hele leven bij elkaar had verzonnen en zelfs zijn eigen familie en beste vrienden voorloog. Klopte dat beeld van hem, of was dat allemaal door de media aangedikt?

Eva Rovers geeft in Boud duidelijk en eerlijk antwoord. In opdracht van de erven Buch (zonder umlaut; alleen Boudewijn liet dit leesteken in stand in navolging van zijn vader, terwijl de familienaam officieel Buch was) en enkele vrienden heeft ze een goede samenvatting gegeven van het leven van deze bijzondere man. Het persoonlijke archief van Boudewijn zou eigenlijk tot 2030 op slot zitten, maar Rovers kreeg toestemming om alles in te zien. Ook heeft ze tientallen mensen -waaronder de broers en moeder van Boudewijn- geïnterviewd. Ook diegenen waar Boudewijn het contact (bewust) mee had verbroken. Want daar was hij goed in, vriendschappen beëindigen. Als iemand niet deed wat hij wilde, hem niet verheerlijkte of zijn verhalen in twijfels trok, verbrak hij definitief het contact. Zelfs met boezemvriend Peter van Zonneveld eindigde het innige contact na tientallen jaren in een breuk.

Boudewijn was een hoog intelligente jongen, maar hij kon niet de concentratie opbrengen voor de vakken waar hij geen interesse voor had. Hij haalde daarom met veel moeite de ULO en deed geen universitaire opleiding. Omdat hij enorm veel van lezen en van boeken hield, las hij alles wat los en vast zat. Hij bouwde hierdoor enorme schulden op bij de diverse boekhandelaren en antiquariaten. Maar als je hem iets vroeg over een schrijver of een boek, wist hij iedereen te amuseren met zijn enorme feitenkennis over curieuze details van de schrijver. Dat leverde hem de bijnaam “Het voetnotenprinsje van Nederland” op. Zijn grote idolen waren Goethe en Achterberg en zijn eigen carrière zou hij dan ook beginnen als dichter/poëet.

Boudewijn is morbide, neurotisch, druk, zwaarmoedig, narcistisch, lijdt regelmatig aan slapeloosheid en hij heeft veel aandacht nodig. Hij gooit geruchten de wereld in dat hij homo is, later zal hij pedofilie eraan toevoegen. De waarheid is dat hij alleen maar relaties heeft gehad met vrouwen, maar dat hij jonge jongens gebruikte als muze, om gedichten te creëren. Zodra zijn interesse en passie voor een van zijn lustobjecten voorbij was, moest deze persoon sterven op papier en ontstond er een hele rits aan gedichten. Het Grote Lijden was zijn bron van inspiratie.

De leugens omtrent zijn “zoon” zijn ook op deze manier ontstaan. Zijn beste vriendin vernoemde haar zoon naar hem (Boudewijntje) en Boudewijn loog erop los dat het zijn eigen zoon was. Maar de leugens stapelden zich op, dus ook Boudewijntje moest “dood” en zo ontstond onder andere het begin van de boeken De blauwe salon en De kleine blonde dood.

Eva Rovers heeft op een professionele manier het leven van Boudewijn vastgelegd. Op internet zag ik een filmpje met een recensie van Maarten ’t Hart. Hij vond dat Rovers het leven van Büch erg had vergoelijkt. Ik kan het daar niet mee eens zijn. Ze heeft alle haar bekende feiten genoemd en ook alle leugens en alle nare karaktertrekjes van hem niet verzwegen. ’t Hart zegt dat zij ook zijn biografie wel mag schrijven, want dan zou hij er alleen maar goed van afkomen.

Mijn indruk van Boudewijn Büch was dat hij een vrolijke, gezellige, humoristische man was. Door deze biografie weet ik dat hij een pathologische leugenaar was, die zijn beste vrienden en familie enorm pijn deed door zijn acties en dingen die hij zei. Ook wilde hij dat iedereen deed wat hij zei, anders verbrak hij de vriendschap of de samenwerking. Het was een lastige man om mee te werken, maar ondanks alles had hij wel enorme humor en kon je enorme lol met hem hebben. Ik noem dit geen vergoelijken, maar gewoon de waarheid.

Het enige wat ik miste in dit boek, was de relatie met zijn familie. Zijn broers en moeder zijn geïnterviewd voor dit boek, dus waarom niet iets meer vertellen over het contact dat zij met Boudewijn hadden. Het enige wat vermeld wordt, is dat er op het laatst nagenoeg geen contact meer was. Ook vanwege het feit dat hij loog over de geschiedenis van zijn vader, wat voornamelijk zijn moeder veel verdriet deed.

Erg jammer is dat na het overlijden van Büch de erfenis afwikkeling -die jaren duurde omdat de broers het niet eens konden worden- zijn literaire nalatenschap overtrof. En ook dat Boudewijn zijn hele leven had verzonnen, kwam ineens volop in de picture te staan. Dat Büch ervoor zorgde dat de mensen weer aan het lezen gingen en massaal boeken aanschaften, omdat hij het tv-programma Büch’s boeken zo enorm enthousiast presenteerde, wordt al snel vergeten. Eva Rovers geeft echter al halverwege het boek aan dat de feiten er al veel eerder waren, maar dat niemand ze wilde zien.

Eva Rovers heeft niet al het correspondentiemateriaal kunnen inzien, de brieven van hem aan Harry Prick (zijn mentor) blijven achter gesloten deuren: “Harry verzekerde hem dat hij al zijn brieven met de grootste zorg bewaarde in een map waarop zijn naam stond vermeld, inclusief al zijn doopnamen. Omdat hij wist hoezeer Boudewijn ambieerde een schrijver te worden om wiens correspondentie ooit gevochten zou worden, paaide hij hem met de suggestie: ’Het is aan jou te bepalen wat op die map nog meer wordt aangebracht, bijv.: ‘na mijn dood te vernietigen’ of ‘gesloten collectie, niet eerder toegankelijk dan het jaar 2500’. Vanzelfsprekend koos Boudewijn voor de tweede optie. Ironisch genoeg sneed hij zichzelf daarmee in de vingers: na zijn dood zou een biograaf inderdaad zijn correspondentie uitgebreid bestuderen, maar deze kreeg geen toegang tot zijn brieven aan Harry Prick.”

Is de vraag: “Wie was Boudewijn Büch nou eigenlijk?” naar tevredenheid beantwoord? Ik vind van wel.

10 februari 2017
Boek der Spiegels – Eugen O. Chirovici – Vertaling Edzard Krol – Bruna Uitgevers – 311 blzUitgeverij Bruna heeft de wereldprimeur van dit boek voor wat betreft de vertaalrechten: nog voordat de Britse vertaling wordt uitgebracht, is het boek al op de Nederlandse markt verkrijgbaar.

Literair agent Peter Katz ontvangt een gedeelte van een manuscript van ene Richard Flynn. Om de één of andere reden haalt hij het document uit de stapel met tientallen toegestuurde manuscripten en hij raakt geïntrigeerd. Als lezer krijgen we nu het complete manuscript-fragment te lezen. Flynn beschrijft zijn memoires van de tijd dat hij student was en een bijbaantje had in de bibliotheek van de beroemde professor Joseph Wieder. Samen met zijn vriendin Laura Baines bracht hij veel tijd door in het huis van de hoogleraar. Het manuscript eindigt met de mededeling dat Wieder is vermoord en Flynn is één van de verdachten.

In het tweede deel van het boek is journalist John Keller aan het woord. Hij heeft het manuscript gekregen van Katz, met de vraag om verder in de moordzaak te duiken. Misschien kan Keller ontdekken waar de rest van het manuscript is gebleven? Flynn blijkt kort na het toezenden van zijn boek overleden te zijn en Keller wil graag het restant ook lezen. Waarom heeft Flynn dit geschreven? Is het een bekentenis of wil hij juist vertellen wie het gedaan heeft? John Keller gaat verder op onderzoek uit en weet onder andere Laura Baines te vinden. Wat heeft zij met deze zaak te maken?

In deel drie lezen we hoe ex-politieman Roy Freeman de zaak overneemt van Keller. Hij was werkzaam als rechercheur toen Wieder werd vermoord, maar door privéomstandigheden was hij er toen niet helemaal bij met zijn hoofd. Hij wil deze zaak alsnog graag oplossen. Welke rol hebben klusjesman Simmons en Timothy Sanders, het ex-vriendje van Laura, bijvoorbeeld gespeeld tijdens de moord?

Boek der Spiegels is in feite een boek in een boek. Het begint met het manuscript. Aangezien dit al één derde van het totale boek beslaat, vergeet je eigenlijk al snel dat dit maar een inleiding is en niet het “echte” boek dat je aan het lezen bent. Professor Wieder was hoogleraar in de psychologie en hij deed onderzoek naar het geheugen van de mens. Je moet vooral in het begin wel je aandacht goed erbij houden om door alle psychologische toeters en bellen heen te lezen. Maar het geheugen is wel waar alles om draait in het verhaal. Wat is nou waar en wat juist niet? Wie is eerlijk of wie liegt er dat het gedrukt staat? Elke keer als je denkt dat je het hebt uitgevogeld, blijkt het juist toch niet zo te zijn, omdat de geheugens van bepaalde mensen niet goed gefunctioneerd blijken te hebben. Of was dat ook opzet en deed men alsof?

Zoals het een echt “whodunit” betaamt, komen er veel mensen op het podium. Er moeten tenslotte veel potentiele daders tussen zitten. In het begin is het dan ook een beetje zoeken naar “wie is wie” en blijven de meeste karakters een beetje op de vlakte. Dit komt waarschijnlijk ook omdat er weinig dialoog wordt gebruikt. Het is erg veel verhalend vertellen. Het duurt daarom even voordat je in het verhaal zit, maar dan wordt het ook steeds spannender en wil je nog maar één ding weten: wie heeft professor Wieder vermoord?!

Chirovici heeft een lang nawoord geschreven, om uit te leggen waarom hij dit boek heeft geschreven. “Stel dat we werkelijk vergaten wat er op een bepaald moment was gebeurd en een valse herinnering van een gebeurtenis schiepen? Stel dat onze verbeelding in staat was om de zogenaamd objectieve werkelijkheid in iets anders te veranderen, in onze eigen, op zichzelf staande werkelijkheid? Stel dat iemand niet alleen maar een leugenaar is, maar dat zijn of haar geest in staat is om een bepaalde gebeurtenis te herschrijven, als een scenarioschrijver en een regisseur in één? Nou, daar gaat het Boek der Spiegels over, al betreft het een moord die aan het eind van de jaren tachtig aan Princeton University werd gepleegd.”

Mede door dit psychologische aspect is Boek der Spiegels niet een simpele detective geworden. Het zet je ook nog een beetje aan het denken.


24 januari 2017
De levenden en de doden in Winsford- Håkan Nesser – Vertaling: Ydelet Westra – De Geus – 406 
Ik ben een groot fan van Håkan Nesser en dan met name van de Van Veeteren-reeks en de vijf delen met inspecteur Barbarotti in de hoofdrol. "De levenden en de doden in Winsford" is de eerste stand-alone thriller van Nesser.

De Zweedse Maria is onderweg naar Engeland, waar ze op het platteland een huisje heeft gehuurd. Samen met hond Castor wil ze daar zes maanden verblijven, tijdens de donkere wintermaanden, in the middel off nowhere, afgezonderd van de bewoonde wereld. Maar waarom doet ze dit? En waarom is ze helemaal alleen in het voor haar vreemde land? Zonder een al te lange introductie en met korte flash-backs kom je er al snel achter wat er gebeurd is en waarom haar echtgenoot niet bij haar is. Het verhaal is daarom al vanaf het begin intrigerend en mysterieus.

Nesser bouwt de spanning rustig maar doeltreffend op. Het verhaal wordt langzaamaan heel duister en bijna horrorachtig. De dikke mist die over de hei hangt en waar gemakkelijk te verdwalen is, een automotor die niet wil starten, de vele regen en de vroege duisternis in deze tijd van het jaar, dode fazanten die op de stoep worden achtergelaten, zelfmoorden uit het verleden die in Maria’s huis hebben plaatsgevonden; het klinkt als een slechte horrorfilm, maar niets is minder waar. De clichés blijven achterwege, maar de sfeer wordt wel heel duidelijk weergegeven op deze manier. Door de vele natuurbeschrijvingen, Maria wandelt veel met Castor over de hei, waan je jezelf op het oude Engelse platteland.

Als er ook nog een mysterieus digitaal dagboek ten tonele wordt gebracht, waarvan Maria met veel moeite probeert om het wachtwoord te achterhalen, wil je het boek echt niet meer weg leggen. Je gaat zelfs meedenken wat het wachtwoord zou kunnen zijn! Op het laatst komen er ook nog heksen voorbij, maar dit wordt allemaal zo subtiel gebracht, dat het gewoon allemaal klopt in het verhaal.

Het boek is een thriller, maar Nesser heeft het geschreven in een roman-stijl. Maria is erg goed uitgewerkt als personage, met haar eigen gedachten en overwegingen, maar het gaat niet ten koste van de spanning in het verhaal.
“Ik was verdwaald in mijn eigen innerlijke landschap, simpelweg doordat het was verruild. Of uitgewist. Op mijn leeftijd zou je toch niet meer getroffen moeten worden door gevoelens en gemoedstoestanden die je niet herkent en kunt beoordelen, maar dat was nou precies wat er gebeurde. Ik was een pasgeboren baby van vijfenvijftig.”
Sommige dingen blijven voor mij een mysterie. Waar is Castor gebleven, toen hij zoek was? Waarom stond er iemand voor het raam een bedreigend gebaar te maken naar Maria? Vragen die niet opgehelderd worden. Maar het stoort niet, want de rest van het verhaal zit ijzersterk in elkaar. Of het einde bevredigend is, is voor iedereen weer anders. Voor mij had het anders af mogen lopen, maar dat moet ieder voor zichzelf beoordelen.
"De levenden en de doden in Winsford" is wat je met recht een page-turner kunt noemen en ik hoop dat Nesser meer stand-alone boeken van dit formaat gaat schrijven.


24 januari 2017
Vlinder – Arie van Driel – Uitgeverij Oostland – 176 blz.
Tjabbe is een auteur die al regelmatig heeft meegewerkt aan diverse verhalenbundels. Als hij voor de bespreking van de laatste bundel samenkomt met de andere auteurs, wordt hij op slag verliefd op Lammy, schrijfster van een 521 pagina’s tellend fantasy-verhaal. Maar Tjabbe is al 34 jaar gelukkig getrouwd met Suzanna, hij kan niet zo maar een affaire aangaan met Lammy.

Lammy heeft het ook direct te pakken van Tjabbe. Zij is gescheiden en heeft een dochter en heeft eigenlijk geen zin in een man die ook nog eens meer dan 20 jaar ouder is dan zij. Maar de vlinders fladderen er driftig op los in beide buiken en Tjabbe en Lammy draaien om elkaar heen als pubers op een schoolplein. Maar Suzanna is ook niet compleet achterlijk en heeft allang door wat er speelt. Hoe gaat zij dit aanpakken?

De omslag van het boek doet me al direct vermoeden dat het om een liefdesverhaal gaat; het heeft trekjes van de beroemde Bouquetreeks. Een foto van een verliefd paar op de cover, de lay-out op het schutblad, het doet erg jaren tachtig aan.
Van Driel neemt je om en om mee in de gedachtegang van Tjabbe en Lammy. Maar hij doet dat door eenzelfde gebeurtenis te herhalen, de ene keer verteld vanuit Tjabbes perspectief en daarna vanuit die van Lammy. Zodoende weet je precies hoe ze er allebei over denken en waar het in beginsel fout gaat. Af en toe is Suzanna aan het woord, zodat je niet het flauwe “de-echtgenote-wist-nergens-van-af” -verhaal krijgt.

Voorin het boek staat dat het verhaal en de personages fictief zijn. Toch ontkom ik niet aan de gedachte dat er veel autobiografische trekjes in verwerkt zijn. De foto op de cover bijvoorbeeld is van Arie van Driel. Tjabbe is een auteur die meewerkt aan een verhalenbundel. Ook van Driel is auteur en heeft al diverse verhalenbundels op zijn naam staan. Als ik iets verder snuffel op het internet, kom ik de cover tegen van de verhalenbundel Passie aan de IJssel waar Arie van Driel aan heeft meegewerkt. En laat de foto op deze cover nou precies dezelfde details hebben als waar Tjabbe en Lammy het hele boek over discussiëren! Dat wil niet zeggen dat van Driel hetzelfde personage als Tjabbe is, maar een leuk detail is het wel.

Het verhaal zelf is een beetje dunnetjes, ik voel niet direct de chemie tussen Tjabbe en Lammy. Dit komt later pas, als Suzanna meer in beeld komt en als haar rol in het verhaal duidelijk wordt. Vlinder is een lekker ouderwetse love-story, maar dan voor de middelbaren onder ons.
Lees hier het interview met Arie van Driel.


2 januari 2017
Polderpioniers – Marian Rijk – Ambo Anthos – 271 blz.
Marian Rijk is uitgever bij een educatieve uitgeverij. Ze heeft ook twee thrillers op haar naam staan. Polderpioniers is het verhaal van haar opa en oma, Naan en Kees Rijk.

Halverwege de negentiende eeuw verlaat Adriana Rijk het ouderlijk huis op het Zeeuwse platteland om bij een familie in Goes als dienstmeisje in betrekking te gaan. Hier begint de familiegeschiedenis van de familie Rijk. Adriana raakt ongehuwd zwanger en zodoende krijgt haar bastaardzoon Jan de familienaam Rijk mee. Jan zal later trouwen met Joanna en hieruit komt onder andere zoon Kees voort.

Bij de Brabantse familie Lodiers gebeurt ongeveer hetzelfde, maar dan een generatie later. Marijn Lodiers bezwangert dienstmeid Corrie, maar besluit met haar te trouwen als het kind eenmaal geboren is. Er volgen nog meer kinderen, waaronder dochter Naan.

Marian Rijk neemt ons mee in de geschiedenis van haar familie aan de hand van diverse feiten. Er wordt uitgebreid uitgelegd hoe het er vroeger aan toe ging met de erfenis en verdeling van de ouderlijke boerderij, de ruzies die hierbij ontstonden en hoe de andere kinderen op zoek gingen naar een eigen plek om te boeren. De dochters trouwden meestal met een andere boer, zij hadden nauwelijks recht op erfopvolging.

In Zeeland was er regelmatig sprake van watersnoodrampen en was er vlak voor de Tweede Wereldoorlog nog maar weinig gelegenheid om zelf te beginnen met een boerderij. Om die reden vertrekken Kees en Naan naar de Wieringermeerpolder, die dan net is drooggelegd. Hier bouwen ze met vallen en opstaan (aan het eind van de oorlog wordt de polder onder water gezet en moeten ze na de drooglegging weer helemaal opnieuw beginnen) aan hun eigen gemengd boerenbedrijf.

Marian Rijk heeft veel research gedaan naar haar familie. Zo is ze er onder andere achter gekomen wie de vader was van bastaardzoon Jan Rijk. Maar ook weet ze veel over de vaderlandse geschiedenis te vertellen, wat van belang is voor het verhaal van haar familie. Sommige details hadden wel wat minder gemogen, zoals de watersnoodrampen die in de diverse eeuwen Zeeland teisterden. Dit wordt iets te lang en uitgebreid verteld. Maar grappige weetjes leuken het verhaal op, zoals hoe het spreekwoord “een blauwtje lopen” is ontstaan.

Polderpioniers is geen smeuïg, sensatieverhaal geworden, ondanks alle bezwangerde dienstmeiden, dronkenschappen, bastaardkinderen en erfenisperikelen. Het is allemaal op een vrij zakelijke, maar wel boeiende manier verteld. In het begin is het even wennen aan alle namen. Marian Rijk neemt je afwisselend mee naar de familie Lodiers en de familie Rijk en aangezien de gezinnen vroeger meestal uit veel kinderen bestonden, is het goed opletten over welke oudoom of tante ze het heeft. De stamboom aan het eind van het boek is een goede hulp hierbij. Verder zouden enkele plattegronden van met name het gebied in Zeeland, Brabant en de polder niet overbodig zijn om alles snel en gemakkelijk overzichtelijk te krijgen.

Polderpioniers is een uiterst interessant boek voor iedereen die van familieverhalen houdt, maar ook niet vies is van geschiedkundige feiten en gebeurtenissen.
Lees hier het interview met Marian Rijk.


23 december 2016
Kinderen waaien om – Mariëtte Baarda – Altlas Contact – 287 blz.
Mariëtte Baarda heeft een Letterenstudie afgerond en ze heeft gepubliceerd in De Groene Amsterdammer en De Gids. Ze is medewerkster van het tijdschrift Onze Taal. Mariëtte kampt al van kinds af aan met zware migraineaanvallen. In Kinderen waaien om vertelt ze openhartig hoe deze chronische aandoening haar leven beïnvloedt. Als pubermeisje lag ze al ziek in bed, terwijl ze beneden haar moeder hoorde rondscharrelen in huis en haar broers gewoon naar school gingen. Op school had ze ook niet de beste tijd van haar leven, ze werd gepest en was ook vaak ziek vanwege de migraine.

Al op jonge leeftijd gaat ze samenwonen met een oudere man, waarbij ze haar eigen identiteit een beetje uit het oog verliest. Maar zodra ze deze relatie heeft beëindigd en weer op haar eigen benen staat, begint ze zichzelf te ontwikkelen zoals zij dat zelf wil en kan. Zo wordt ze fietskoerier in Amsterdam en doet ze een opleiding tot yoga-docente. Dat dit allemaal niet even gemakkelijk gaat met migraineaanvallen, die haar soms dagelijks lastig vallen, weet ze heel goed te beschrijven.

Ze kiest de schaal van Beaufort (het meten van de windkracht) om aan te geven hoe zwaar de aanval is. Beaufort geeft bij windkracht 5 bijvoorbeeld aan: ‘boombladeren ruisen, kleine bomen bewegen’. Maar de aanval die Baarda het vaakst treft is windkracht negen: ‘kinderen waaien om, alleen eenden en zwaluwen vliegen’.

Baarda probeert diverse alternatieve geneeswijzen om maar van die migraine af te komen. Ze komt bij een soefi meester, ze doet mee aan intensieve yogasessies, ze laat zich in het midden van een zogenaamde Stargate op een bed leggen zodat haar DNA weer goed geregeld wordt en ze slikt kleine pilletjes die ingestraald zijn met een wiskundige formule.

Ondanks dat er helemaal niets blijkt te werken en ze migraine blijft houden, legt ze wel op integere wijze uit hoe de therapieën werken, zonder dat ze sarcastisch is of respectloos. En dat siert haar, want je wordt toch wel erg sceptisch als al die charlatans het geld uit je portemonnee willen kloppen met valse beloftes.
“Tijdens het overmaken van het geld voelde ik zowel opwinding als schaamte. Schaamte, omdat ik bezig was een ongehoord bedrag te betalen voor sciencefictionkorrels, waarvan het nog maar de vraag was of het […] iets zou veranderen aan mijn situatie. En, dwars daardoorheen, een gevoel dat sterker was dan de gêne: een dolle, opflakkerende hoop dat met de komst van de geometrische korrels mijn leven voorgoed zou veranderen.”

Kinderen waaien om geeft een goede inkijk in het leven van een chronisch patiënt. Niet alleen voor diegenen die migraine hebben, maar voor bijna alle chronisch zieken. Deze mensen kampen met het onbegrip van de buitenwereld, en bijna allemaal hebben ze het moeilijk om een goede balans te vinden tussen familie, sociaal leven en werk. Maar wat voornamelijk overeenkomt is het gevecht dat de meeste chronisch zieken moeten leveren om elke dag weer met hun gebreken te moeten overleven. Dit boek is geen zeurend, zelfmedelijdend verhaal, maar een goed en krachtig, op een bijna literaire manier beschreven, ervaringsdocument.


11 december 2016
Mischling – Affinity Konar – Vertaling Elvira Veenings – Signatuur – 367 blz.
De dertienjarige meisjes Perle en Stacha komen eind 1944 met hun moeder en grootvader aan in Auschwitz. Ze zijn een identieke tweeling en ook mischling, dat wil zeggen blond haar en bruine ogen, Arisch en Joods tegelijk. Voor dokter Josef Mengele, de Engel des doods, zijn zij een perfect studieobject. Samen met andere tweelingen, maar ook met albino’s, dwergen en andere “afwijkende” kinderen, wonen ze in een gedeelte van het kamp, dat ze onderling de dierentuin noemen. Al snel worden er proeven gedaan, eerst met Stacha, later ook met Perle. Stacha is de naïeve, fantasievolle van de twee. Zij gelooft daadwerkelijk dat zij onsterfelijk is geworden door de injecties die Mengele haar toedient. Dit zorgt ervoor dat zij geen angst meer kent en dat ze allerlei plannen smeedt om Mengele uit te kunnen schakelen. Perle is rustiger en wijzer. Zij krijgt in de loop der tijd veel te verduren als Mengele wrede proeven op haar uitvoert.

Stacha en Perle zijn altijd samen, in lichaam en geest. Maar door de verschrikkingen die zij moeten doorstaan ontstaat er langzaamaan een verwijdering. Tot op een dag Perle ineens verdwijnt en Stacha alle contact met haar zus kwijt is. Het enige wat ze nog heeft is een pianotoets, die Perle haar naliet als herinnering aan haar.

Als begin januari 1945 de Duitsers vluchten en de Russen het kamp bevrijden, wordt het een chaos. Veel mensen en kinderen verdwijnen en overlijden tijdens de beruchte dodenmars en degenen die het wel overleven, moeten in leven zien te blijven in het verwoeste Polen. Stacha weet met haar vriendje Feliks te ontsnappen en samen gaan ze op zoek naar Mengele, waarvan zij denken dat hij zich in Warschau, in de dierentuin, schuilhoudt. Ze willen maar één ding: hem doden. Maar ook wil Stacha weten waar Perle is. Leeft zij nog, of is ze aan de wreedheden overleden?

Mischling is een fictief verhaal, maar iedereen weet dat Mengele en Auschwitz echt hebben bestaan. De verschrikkingen die Konar beschrijft zouden zo maar echt gebeurd kunnen zijn. En ze is ook niet bang om enkele afschuwelijke proeven uitvoerig te vertellen (zoals tweelingen die met de rug aan elkaar worden genaaid en organen die weggesneden worden).
Iemand op internet stelde de vraag: mag je over zo’n onderwerp als dit wel een fictief boek schrijven? Na het lezen van dit boek is mijn mening dat dat wel moet mogen, als je maar integer en dicht bij de waarheid blijft en respect blijft houden voor de slachtoffers. In dat opzicht is het de schrijfster absoluut gelukt om een zeer emotioneel, gevoelig boek te schrijven.

Mengele blijft in het hele verhaal de grote, boze oom die kinderen kwaad doet en de kinderen zijn de grote helden. Er zitten veel goede dialogen in het verhaal en de belangrijkste personages zijn goed uitgewerkt. Het enige punt wat ik heb aan te merken, is dat er op het eind enkele dingen gebeuren die beter tot zijn recht zouden komen in een goedkope B-film (zoals de Poolse boer die met geladen geweer op de stoet Joodse kinderen gericht, keihard roept: “Varkens!” Als iedereen denkt dat zijn laatste uurtje heeft geslagen, richt de boer zijn geweer en schiet een aantal wilde zwijnen achter hen dood). Ook zonder deze acties is het boek spannend genoeg. Zullen Stacha en Perle elkaar weer gaan vinden? En wie van hun familieleden hebben de oorlog allemaal overleefd?

Als je de cover van Mischling ziet, met daarop een foto van een onschuldig kindergezicht met grote ogen, weet je al dat dit een boek is dat je gaat raken en bij zal blijven.


11 december 2016
Zoetbitter – Stephanie Danler – Vertaling Gerda Baardman en Theo Schoemaker – Prometheus – 350 blz

Stephanie Danler woont in Brooklyn, NewYork en is afgestudeerd aan de New School in de richting Creative Writing. Ze werkte als serveerster, tot haar roman Zoetbitter door een uitgever ontdekt werd. Zoetbitter is een roman die gaat over vriendschap, eenzaamheid, seks, drugs en liefde. Danler heeft al deze elementen met elkaar kunnen verweven in een heel bijzonder verhaal.

De 22-jarige Tess komt in de zomer van 2006 naar New York, gevlucht uit haar geboorteplaats op zoek naar iets, waarvan ze het zelf ook nog niet weet. Ze krijgt een baan in een prestigieus restaurant als assistent-kelner om zo haar geld bij elkaar te verdienen voor de kale, kleine kamer die ze gehuurd heeft. In het begin heeft ze moeite om aansluiting te vinden bij haar collega’s, maar langzaamaan komt zij ook terecht in het wereldje van de mensen die overdag slapen, ’s avonds werken en ’s nachts leven. Veel alcohol drinken en coke snuiven horen daarbij, en meer dan eens komt Tess dronken en stoned thuis.

Ze wordt verliefd op barman Jake, maar hij heeft een complexe relatie met hoofdserveerster Simone. Tess kijkt ook enorm op tegen de oudere Simone, van haar kan ze erg veel leren over wijn, oesters en andere bijzondere gerechten. Maar Simone is ook als een soort surrogaatmoeder voor haar. Er ontstaat een ingewikkelde driehoeksverhouding, waar Tess zich niet altijd raad mee weet. Uiteindelijk weet ze haar weg te vinden in New York, maakt ze vrienden, vindt ze een doel in haar leven. Maar gaat dit samen met Jake en Simone?

Het verhaal speelt zich voornamelijk af in het restaurant. Wie denkt dat dit op den duur wel erg saai gaat worden, vergist zich. Op de één of andere manier heeft Danler het voor elkaar gekregen om je door te willen laten lezen. Zijn het de bijzondere, extravagante personages? Ze zijn niet allemaal even goed uitgewerkt en in het begin duizelt het je van de namen en bijnamen, maar uiteindelijk weten de bijzondere karakters je toch te raken. Is het dat wereldje van de nachtmens wat het intrigerend maakt? Of is het toch het geweldige schrijftalent dat Danler laat zien? De passages over eten, gerechten en wijnen zouden voor sommige lezers droge kost kunnen zijn, maar Danler weet het zo te brengen dat je het bijna kan proeven. “Toen de truffels binnenkwamen, gingen de schilderijen scheef hangen om er dichterbij te komen.”

Ze is een meesteres in het scheppen van een bijzondere sfeer, zodat je jezelf in het restaurant waant.
“En dan de bar. Tijdloos: lang, van donker mahoniehout, met krukken die hoog genoeg waren om je het gevoel te geven dat je zweefde. Er klonk zachte muziek, de ruimte was schaars verlicht, tinkelende laagjes geluid, de knie van de buurman tegen de jouwe, een arm die langs je gezicht strijkt om de glinsterende martini op te pakken, de hakken van de gastvrouw die achter je langs nieuwe gasten naar hun tafeltje brengt, een glimp van borden die worden doorgegeven, het rinkelen van glazen, de virtuoze voorstelling van de barkeepers die flessen terugzetten en tegelijk brood opdienden en ondertussen een bestelling opnamen, met alle substituties en complicaties van dien. De beste stamgasten begroetten de gastvrouw met de woorden: ‘Is er vanavond plaats aan de bar?’ ”
Als er een inspecteur van de gezondheidsdienst langs komt in het restaurant, is het zelfs zo spannend, alsof je een thriller aan het lezen bent.

Het boek wordt gepromoot als dé bestseller van 2016 in Amerika. Heel begrijpelijk, met New York als achtergrond decor en de bijzondere mensen die hier wonen. Uiteraard ontbreekt een passage over 9/11 ook hier niet. Ik vond het een van de meest bijzondere boeken die ik in lange tijd in handen heb gehad en ik hoop dat we nog veel meer van Stephanie Danler te lezen krijgen.

30 november 2016

Krabbel & Nies: De avonturen van twee zwerfkatten  – Pieter Feller – Illustraties Marieke Nelissen – Luitingh-Sijthoff- 109 pag.

Pieter Feller is met name bekend van de “Kolletje” boeken, het meisje met de toversokken. Samen met Tiny Fisscher heeft hij ook een echt meidenvoetbalboek geschreven, “Nieuwe voetbalschoenen voor Lynn”. Zijn nieuwste boek is een voorleesboek over twee zwerfkatten, Krabbel en Nies, met illustraties van Marieke Nelissen. Zij is illustrator en grafisch ontwerper. Ze werkt het liefst aan projecten voor kinderen. 

Krabbel en Nies wonen bij hun baasje in een mooi, groot en duur huis, maar als ze te vaak aan de oude antieke meubels krabben, worden ze overdag als het baasje moet werken opgesloten in een klein kamertje. Daar houden Krabbel en Nies niet van, dus besluiten ze weg te lopen en de wijde wereld in te trekken. 
Elke dag moeten ze op zoek naar eten, maar zo ontmoeten ze ook nieuwe en leuke vriendjes. Zoals de ekster IJtje die hen een nieuwe schuilplaats in een lege kelder weet te bezorgen. Dan heb je ook nog Picasso de lapjeskat, die alleen maar vieze brokken krijgt van zijn baasje. Helaas is de grote kater Poelie de Verschrikkelijke ook altijd in de buurt en hij maakt ze elke keer weer het leven zuur! Zo beleven ze de leukste en spannendste avonturen.

Aan de verhalen is te merken dat Feller een echte poezenliefhebber is. Zelf heb ik ook drie van deze harige monsters, dus herken ik veel streken en karaktereigenschappen van de poezen.
Krabbel & Nies is een voorleesboek, maar de gevorderde lezertjes kunnen het zelf ook goed lezen. 
Het leuke van dit boek is dat het één verhaal is dat door gaat, onderverdeeld in hoofdstukken, die precies lang genoeg zijn om de aandacht vast te houden. Zo kijkt het kind dat voorgelezen gaat worden elke avond al weer uit naar het volgende stuk: wat zal er nu weer gebeuren met deze gekke poezen? En zullen ze ooit weer een huisje met een lief baasje vinden?
“Plotseling gaat er een voordeur van een huis open en vliegt er een kat met zijn tenen gespreid over hun hoofden heen door de lucht. Hij landt midden in het straatje, keurig op zijn vier pootjes. ‘De rest van de dag blijf jij maar buiten, Picasso!’ krijst een vrouw vanuit de deuropening. ‘Ik ben het helemaal zat. De hele tijd dat gejank en gekrab.’ Met een harde dreun slaat de deur dicht. De kat grijnst naar Nies en Krabbel. ‘Mijn vrouwtje begrijpt me niet,’ zegt hij. ‘Ze koopt heel goedkoop kattenvoer bij een heel goedkope supermarkt en dan denkt ze dat ik dat lekker vind.’ “

De illustraties van Marieke Nelissen zijn erg treffend. Elke poes is met zijn of haar karaktereigenschap goed neergezet. Zo is Picasso een lapjeskat, Poelie de Verschrikkelijke een harig, zwart, boos monster en zijn Bonbon en Truffel twee nuffige Siamezen. Nelissen heeft ze goed weten te portretteren. 

Krabbel & Nies is een mooi vormgegeven boek met een harde kaft. Het is niet alleen leuk voor de poezenliefhebbers, maar voor alle kinderen (en ook grote mensen) is het een boek om van te houden, omdat het gewoon hele leuke, vriendelijke verhaaltjes zijn.
Mijn jongste dochter is veertien en wil later op de crèche of op een basisschool gaan werken. Ze heeft het boek al in beslag genomen voor als het zover is!

19 november 2016
Pasta di Janny – Janny van der Heijden – Good Cook – 192 blz.
Janny van der Heijden is hoofdredacteur geweest van Tip Culinair, werkt achter de schermen van tal van kookprogramma’s op tv, maar we kennen haar uiteraard allemaal als charmant, altijd vriendelijk en goedlachs jurylid van Heel Holland Bakt.

Op mijn bucketlist stond al een tijdje het item “zelf pasta maken”. Toen ik het boek Pasta di Janny van Janny van der Heijden tegenkwam, vond ik dit het uitgelezen moment om deze actie maar eens te voltooien.

Ik begon met het maken van “simpele” spaghetti. En uiteraard wilde ik het op de originele manier doen, dat wil zeggen, alles kneden met de handen. Bloem in een kring op het aanrecht, eieren in het midden en langzaam doorroeren maar. En inderdaad had ik na een kwartiertje roeren en kneden een prachtige bol deeg. Van Janny moest het nu eerst een half uur in de koelkast rusten, dus tijd om mijn nieuwe pastamachine in elkaar te schroeven.
Jongste dochter kwam helpen om de deegbollen door de machine te draaien. Het lukte van geen kanten, er kwamen gaten in het deeg en er was geen spaghetti van te maken. Totdat ik het hoofdstuk “Deeg uitrollen” maar eens goed doorlas. Eerst beginnen op de grootste stand, en dan elke keer een standje strakker het deeg erdoor halen. En voilà…(om met Cas Spijkers te spreken), ik had nú wel een prachtig basisdeeg voor spaghetti. Hierna was alles dan ook een eitje en samen met dochter draaide ik de prachtigste spaghettislierten.
Verse spaghetti hoeft maar ca. 2 minuten te koken. Met het recept “Aglio e olio” uit het boek heb ik er een heerlijke knoflookpasta van gemaakt. En zelfs manlief (een echte aardappeleter) was enthousiast!

Ik heb ook een (spelt)deeg gemaakt met de deeghaak van de keukenmachine en eerlijk gezegd heeft dat wel mijn voorkeur. Maar als je een middagje niets te doen hebt en lekker met je handen bezig wilt zijn, is het zelf met de hand kneden een hele leuke bezigheid.

Het boek is erg mooi vormgegeven, in een handzaam formaat en met een leeslint. Op de voorkant zien we Janny (met die bekende gulle lach) met haar handen in het deeg. Ook tussen de recepten door zien we foto’s van Janny aan het werk, wat het boek erg persoonlijk maakt.

De hoofdstukken bestaan uit de geschiedenis van pasta, de diverse pastatools, verschillende soorten pastadegen (dus niet alleen tarwe, maar ook spelt en glutenvrij), recepten met olie, recepten met sausen en nog veel meer.

Ik was altijd van mening dat het erg veel werk was om zelf pasta te maken. Maar dat valt reuze mee. Uiteraard kun je nog steeds het beste gedroogde pasta kopen als je een maaltijd in elkaar wilt draaien in tien minuten, maar verse pasta, en helemaal zelf gemaakt, is echt veel lekkerder!
Pasta di Janny is een must voor elke beginnende pastamaker.

9 november 2016
Orphan X – Gregg Hurwitz – Vertaling: Erik de Vries – Bruna – 389 blz.
Gregg Hurwitz is auteur van vijftien thrillers. Tevens schrijft hij screenplays voor Disney, Warner Bros, Paramount en MGM. Hij heeft aangekondigd een hele reeks te schrijven over Evan Smoaks. Orphan X is de eerste.

Evan Smoaks wordt als twaalfjarige uit een weeshuis geplukt en opgeleid tot een killermachine – Orphan X – in geheime dienst van de overheid. Tot er een coup gepleegd wordt, het Orphan-project niet langer bestaat en hij er alleen voor staat. Hij gaat verder als de Nowhere Man. Als er iemand in nood is, kan hij of zij een geheim telefoonnummer bellen en Evan komt helpen. Zodra zijn taak volbracht is (op welke manier dan ook, Evan doet er alles aan om zijn cliënt veilig te stellen), mag het telefoonnummer doorgegeven worden aan één persoon die ook hulp nodig heeft, en dan komt Evan weer opdraven.

Hij is een soort moderne Superman, want niemand weet wie hij echt is. Hij is niet te traceren en zijn echte naam is niet bekend. Op een dag wordt hij in de val gelokt en moet hij zichzelf én zijn cliënt veilig zien te krijgen. Tussendoor heeft hij ook nog te maken met de buren van zijn appartement, die hem voor van alles en nog wat om hulp vragen. Maar wie zit er achter hem aan, en vooral: waarom?

‘Evans twaalfjarige lichaam zit verstijfd in de passagiersstoel waarin hij in stilte wordt rondgereden. Hij heeft een snee in zijn wang en een blauwe plek op zijn slaap. Het warme bloed dat langs zijn hals naar beneden druipt, vermengt zich met zijn angstzweet (…)
“Wat wil je dat ik voor je doe?” vraagt hij.
“Dat kan ik je nog niet vertellen”. Jack blijft een tijdje zwijgend doorrijden, totdat hij zich lijkt te realiseren dat een jongen in Evans positie geen genoegen kan nemen met zijn antwoord. “Ik kan je niet alles meteen vertellen,” vervolgt hij, op haast verontschuldigende toon, “maar ik zal nooit tegen je liegen.” Evan slaat hem aandachtig gade. Besluit hem op zijn woord te geloven. “Zal ik gewond raken?”
Jack rijdt door, blijft strak voor zich uit kijken.
“Dat kan,” zegt hij.’

Hurwitz weet vanaf het begin de spanning er goed in te krijgen. Er is al snel veel actie en Evan lijkt een soort moderne James Bond of MacGyver te zijn. Mede door zijn intelligentie en met moderne hulpmiddelen weet hij zich uit de meest gevaarlijke situaties te redden. Het karakter van Evan is erg goed uitgewerkt. Door zijn achtergrond is hij niet bang om dingen te doen die niemand anders kan of durft, maar hij lijdt door zijn beroep wel een erg eenzaam bestaan. Gaandeweg kom je erachter dat hij een klein hartje heeft, vooral als hij buurvrouw Mia ontmoet, alleenstaande moeder van de bijdehandse Peter.

Door de korte hoofdstukken wil je maar één ding: doorlezen!
Wat je niet vaak ziet in thrillers, is dat de hoofdstukken titels hebben. Meestal worden ze genummerd of wordt het hoofdstuk voorafgegaan aan een datum en/of jaartal. Bij Orphan X zijn het leuke titels, alsof je een romannetje leest. Zoals het hoofdstuk waarin hij zijn nieuwe cliënt moet fouilleren en onderzoeken op microfoontjes. Zij moet zich helemaal uitkleden hiervoor. Dit hoofdstuk heet ‘De mislukte date.’ Enig humor is Hurwitz dus niet vreemd.

In een interview met Hurwitz las ik dat hij veel research doet voor zijn boeken. Dat is goed te merken. Evan maakt gebruik van allerlei moderne gadgets en technieken. Aangezien ik een leek ben op dit gebied kan ik niet zeggen hoe waarheidsgetrouw dit allemaal is, maar het komt wel erg geloofwaardig over.

Orphan X is een erg sterk eerste deel in een reeks. Ik hoop dat Hurwitz dit vast kan houden, dan zullen er een flink aantal fans bij gaan komen. Ik kan in ieder geval niet wachten op deel twee!


17 oktober 2016
Joseph, de zwarte Mozart – Jan Jacobs Mulder – Xander Uitgevers – 373 blz.

Jan Jacobs Mulder (1940) bracht zijn kleuterjaren door in een jappenkamp. Die pijnlijke jeugd verstoorde zijn dromen. Jaren later zou het resulteren in een boek over een jongen in een kamp, Jacobs wapen. Naast zijn werk als beeldend kunstenaar bleef hij schrijven, wat onder andere resulteerde in de bijzondere verhalenbundel: Engelen met heimwee. Joseph, de zwarte Mozart is Mulders vierde publicatie.

Joseph Boulogne overdenkt op zijn sterfbed zijn leven. Het is 1799 en als bastaardzoon van een zwarte slavin heeft hij het niet gemakkelijk gehad in Parijs. Toch heeft hij het weten te maken als beroemd componist en is hij kampioen schermen geworden.

Het verhaal begint niet direct met zijn jeugd. Joseph gaat in zijn herinneringen eerst terug naar de tijd dat hij volop in het leven stond, de dames aan zijn armen had hangen en hij gewaardeerd werd als componist. Het is al snel duidelijk dat hij een flamboyant persoon is, maar erg op zoek naar erkenning. Als mulat (kind van een zwarte en blanke ouder) heeft hij het zwaar en wordt hij regelmatig uitgescholden of zelfs in elkaar geslagen. Als hij van zijn vader hoort dat zijn moeder stelselmatig werd verkracht toen zij nog een slavin was, gaat hij op zoek naar de daders en zint hij op wraak.

“Ik werd altijd als bijzonder gezien, als iets excentrieks, zoals een kermisattractie met twee hoofden of met drie armen, in ieder geval als een buitenstaander, waar ik ook hier in Parijs en daarbuiten verscheen. Hier ben ik aangevallen, niet omdat ik iets bijzonders had gedaan, niet omdat ik iemand had geattaqueerd, had bespot of had bedreigd, maar gewoon omdat ik een andere huidskleur heb. Voor sommigen hoor ik hier niet, ben ik een aap, een aangekleed dier.”

Mulder weet alles met bloemrijke taal te vertellen. Ik durf zelfs een hele kleine vergelijking te maken met Arthur Japin.
Vooral in de eerste twee delen (het boek is in vier delen opgedeeld) leef je echt mee met Joseph, maar krijg je ook een goed beeld van zijn relatie met zijn vader, moeder, nanny Anna en zijn vriendin Elisabeth. Deze personen zullen de belangrijkste in zijn leven zijn en de liefde die hij voor hen voelt spat van het papier af.
Echter, vanaf deel drie zakt mijn interesse een beetje weg. Het wordt een beetje te eentonig, te saai. Het is duidelijk dat de muziek een erg grote rol speelt in het leven van Joseph, en de ontroering die zijn composities teweeg brengen komen duidelijk op de lezer over, maar er komt wel veel muzikale techniek om de hoek kijken. Alhoewel Mulder duidelijk weet waar hij het over heeft, is het voor een leek af en toe te langdradig en technisch.
De politieke gebeurtenissen in Frankrijk –de revolutie en de vlucht van Lodewijk VI- worden een beetje te gehaast verteld en afgeraffeld, met erg veel namen en Franse plaatsen, die je niet even gemakkelijk onthoudt. Ook enkele personen die Joseph in deze tijd ontmoet worden niet uitgewerkt en komen niet tot leven.

In deel vier komt de spanning gelukkig weer terug, als Joseph vertelt over zijn tijd dat hij meevecht in de Franse revolutie, maar ook op de Franse koloniën in de Cariben, om mee te helpen de slavernij daar af te schaffen. Zo komen we ook te weten hoe hij gewond is geraakt en dat hij daarom op zijn sterfbed ligt.

Al met al is Joseph, de zwarte Mozart een mooi document geworden, met overduidelijk een aanklacht tegen de slavernij en het racisme.
Wat een erg leuk detail is, is dat achterin het boek een link wordt vermeld naar Spotify, waar de composities van Joseph zijn te downloaden. Zo wordt deze flamboyante en intelligente mulat nog levensechter.

17 oktober 2016
De uitvaartverzorger – Gerard Spong – Balans – 368 blz.

Gerard Spong is al meer dan veertig jaar werkzaam als strafadvocaat en vooral gespecialiseerd in cassatiezaken. Vorige titels die hij heeft geschreven zijn De breuk, Leugens om bestwil en De hypocrisie van de achterdeur.

Wat mij als eerste opviel toen ik het boek ontving van de uitgever, was dat ik al een tweede druk in handen had, terwijl het boek nog maar net uit was. Een populaire man, deze Gerard Spong!
Ik kende hem al van de tv, voornamelijk van zijn optredens in de programma’s van Peter R. de Vries. Daar won hij al diverse prijzen als beste strafpleiter van Nederland. Maar hoe doet hij het als auteur van spannende (rechtbank)verhalen?

Op de voorkant van het boek staat vermeld: “Advocaat Charles Fitzroy Spinning is terug!” Dit deed mij vermoeden dat het hier om een zeer spannende rechtbank thriller zou gaan. Het eerste boek waar Spinning in voorkwam – De breuk – had ik niet gelezen, dus ik was zeer benieuwd.
Het boek leest echter niet als een spannende crimi, maar meer als een verslaggeving van wat er allemaal gebeurt in een rechtszaal. Betekent dit dat het een slecht en saai boek is? Allerminst!

Het verhaal:
Ralph ziet tot zijn schrik dat zijn auto, geparkeerd aan de Govert van Wijnkade in Maassluis, met daarin zijn ex-vrouw Marie het water in rijdt. Hij raakt in paniek en Marie glijdt haar verdrinkingsdood tegemoet. Politie en justitie vermoeden dat Ralph met opzet zijn auto te water heeft gelaten en hij wordt in eerste instantie dan ook veroordeeld voor moord. Maar daar komt advocaat Charles Fitzroy Spinning om de hoek kijken. Stukje bij beetje houdt hij al het bewijsmateriaal tegen het licht. Is het opzet, of toch een stom ongeluk?

Spong heeft nooit onder stoelen of banken gestoken dat Spinning zijn alter ego is. Het boek heeft fictieve elementen, maar alles wat Spinning doet en zegt in het boek, is daadwerkelijk gebeurd.
Spong is een man met droge humor:
“Ralph zal er deze avond urenlang verblijven. Van Roermond houdt intussen toezicht op hem en geeft hem wat koffie. Of dat een geschikt kalmeringsmiddel is, valt te betwijfelen. Koffie uit een overheidsautomaat, daar wordt geen mens vrolijk van. Maar het is beter dan niets.”
Ook wil hij af en toe met feiten strooien die hem –als advocaat- enorm storen.
“Merkwaardig genoeg zijn er voor deze juridische fabriek maar 45 parkeerplaatsen. En advocaten mogen hiervan geen gebruik maken. Die worden geacht op straat te parkeren, waar de maximale parkeertijd twee uur is. Al jaren bestaat daardoor de potsierlijke praktijk dat zittingen voor een minuut of tien moeten worden geschorst, zodat de gemeentelijke parkeerdienst met een paar euro’s verblijd kan worden. Dat kost de staat echter elke keer honderden euro’s. Den Haag heeft een bijzondere eigen charme en flair, maar hier en daar zou een vleugje Rotterdamse aanpak de stad geen kwaad doen.”

Het boek leest gemakkelijk en het verhaal is goed te volgen. Sommige passages zijn een beetje technisch van aard en af en toe komen er herhalingen in voor, aangezien deze zaak zowel voor de rechtbank, als voor het Hof en de Hoge Raad is geweest. Spong heeft veel juridische abracadabra goed uitgelegd, zoals het verschil in Rechtbank, Hof en Hoge Raad en wat een cassatieprocedure precies inhoudt.

Ondanks enkele stijlfouten – het perspectief wil in één passage nog wel eens heen en weer springen – is het een boek met een bijzonder verhaal. Ik zou het wel leuker vinden als in een volgend deel Spinning het verhaal zelf vertelt, alsof het een echte crimi is.

26 september 2016
Belgravia – Julian Fellowes – Vertaling: Edzard Krol – Bruna – 479 blz.

Julian Fellowes is een bekend auteur, acteur, regisseur en producent. Hij is de bedenker en schrijver van de populaire tv-serie Downton Abbey.

Begin negentiende eeuw, vlak voor de slag bij Waterloo: de jonge Sophie Trenchard – dochter van een handelaar die selfmade rijk is geworden – is hopeloos verliefd op Edmund Bellasis, enige zoon en erfgenaam van het huis Brockenhurst. Dit is een relatie die absoluut niet getolereerd wordt in het Georgiaanse Engeland, omdat Sophie geen adellijk bloed heeft. Edmund komt om bij Waterloo en Sophie blijkt zwanger te zijn van hem. Zij was in de veronderstelling dat ze in het geheim getrouwd waren, maar dit bleek een valstrik van Edmund om de mooie Sophie in zijn bed te krijgen. Ann en James Trenchard besluiten hun kleinkind in het geheim af te staan, zodat niemand van dit schandaal zal weten.

Vijfentwintig jaar later: Ann Trenchard besluit om de moeder van Edmund in te lichten dat zij een kleinzoon heeft, die ook de erfgenaam is van huize Brockenhurst, zodat niet hun klaploper van een neef John Bellasis alles zal erven. Wat volgt zijn intriges, geheimen, schandalen en wraakacties die voor de liefhebber van dit genre gewoonweg om te smullen zijn.

Voor de fans van Downton Abbey is dit een heerlijk boek. Vanwege deze populaire tv-serie ben je al wat bekend met de adellijke gebruiken en gewoontes die toen normaal waren in Engeland. Zo is het heel gemakkelijk om de sfeer van die tijd boven water te krijgen. Mocht je de serie niet gezien hebben, denk ik dat het wat langer duurt voor je helemaal in het verhaal in zit, maar ook voor deze lezers wordt er voldoende uitgelegd over bepaalde gebruiken. Zoals de lakeien die het eten opdienen, een gedienstige en trouwe butler en dienstmeisjes die helpen met aan- en uitkleden van de adellijke dames.

“Later, toen James in zijn kleedkamer stond met uitgestoken armen, terwijl Miles, zijn lakei, de manchetten van zijn overhemd afdeed, klopte zijn vrouw voorzichtig aan en kwam binnen.
‘Zou je ons alleen willen laten, Miles?’ vroeg ze toen ze door het vertrek liep, waarna ze op een gecapitonneerde stoel in de hoek ging zitten en Agnes zich behaaglijk op haar schoot nestelde.
‘Goed mevrouw,’ zei Miles met een diepe buiging.“

Het boek is erg mooi vormgegeven. Het is een paperback met flappen en de letters zijn er mooi, sierlijk en met goudkleur op gedrukt. Elk hoofdstuk wordt vooraf gegaan door een pentekening.
In het begin van het verhaal komen er enkele geschiedkundige feiten aan bod, en dat is wel zo handig om te kunnen snappen wat er zich in die tijd allemaal afspeelde.

Ondanks alle kommer en kwel en schandalen zit er toch ook een bepaalde spanning in het verhaal. Zal het grote geheim van de twee families uitkomen? Hoe zal neef John met het nieuws omgaan als hij te weten komt dat er toch nog een andere man boven hem is in de erfgenamenlijn? Fellowes weet het allemaal prima te beschrijven en ik heb echt genoten van dit boek. Ik ben dan ook een grote fan van Downton Abbey.

23 augustus 2016
Oxen 2: De schaduwmannen – Jens Henrik Jensen – Vertaling: Corry van Bree –Bruna–445 blz.

Dit boek is het tweede deel uit de Oxen-trilogie. Deel één – De hondenmoorden – heb ik niet gelezen, maar ik raad aan dit wel te doen voordat je begint in deel twee. Het is niet noodzakelijk, maar wel leuker en gemakkelijker. Jensen geeft echter zoveel details uit deel één weer, dat je op een gegeven moment aardig snapt wat er voorafgaand gebeurd is.

Niels Oxen heeft zich verscholen in een boshut bij een viskwekerij en probeert uit alle macht om onzichtbaar te blijven voor de bewoonde wereld. Hij is een oorlogsveteraan die lijdt aan het Posttraumatisch Stresssyndroom en hij heeft geheime informatie in zijn bezit, die sommige mensen maar al te graag zouden willen hebben.

Margrethe Franck – zijn voormalige partner bij de Inlichtingendienst – is druk bezig hem op te sporen, omdat er een museumdirecteur dood is aangetroffen. Hij was vermoedelijk een link naar het mysterieuze en gevaarlijke Danehof, een eeuwenoud geheim Deens genootschap, waar Oxen ook meer vanaf weet. Als het Franck lukt om Oxen te traceren volgen de intriges elkaar op. Wie zijn de leiders van de afdelingen Noord, Oost en Zuid van Danehof? Waarom zijn ze op zoek naar Oxen? En heeft het hoofd van de Inlichtingendienst nu wel of niet iets te maken met dit genootschap?

“Het witte, met bloemen versierde schip werd naar buiten gedragen, klaar om het ruime sop te kiezen op deze fantastische zomerdag met een milde bries en een hemel zonder zorgen. (…) Ze was zelf afkomstig uit een vissersfamilie in Thyborøn. Misschien hield ze daarom van het idee dat een kist een schip was, en de dood een vaartocht naar het onbekende.”

Een beetje een filosofisch begin dat je eerst op het verkeerde been zet. Naarmate de hoofdstukken elkaar opvolgen is het soms lastig te ontdekken waar de schrijver heen wil, omdat hij elk hoofdstuk een ander personage op de voorgrond zet en dit doet hij allemaal in de derde persoon enkelvoud, zonder namen te noemen. Na een aantal passages snap je echter al snel over wie het gaat, zonder eerst een half hoofdstuk uit te moeten hebben. Deze vaagheid komt waarschijnlijk door het feit dat ik deel één niet heb gelezen en de hoofdpersonen nog niet ken.

Omdat Jensen ook regelmatig van scene verandert vind ik het verhaal in het begin ook niet lekker weg lezen. Dit verandert gelukkig als de gebeurtenissen spannender worden en elkaar snel opvolgen. Ook de details als Oxen aan zijn achtervolgers wil ontsnappen zijn spannend en boeiend, zodat je als het ware op het puntje van je stoel zit. De personages zijn voldoende uitgewerkt om er sympathie voor te hebben en ze hebben ook realistische trekjes. Zo is Oxen wel een supercommando die altijd en overal zijn mannetje staat, maar doorziet hij een geniale valstrik niet en trapt er met beide benen in. En ook blijft het lang onduidelijk wie nou een goeierik is, en wie absoluut niet te vertrouwen is. Oxen vertrouwt niemand, maar als lezer blijf je ook continu in onzekerheid, wat alles erg spannend houdt.

Om te weten hoe het definitief afloopt met Oxen, zul je op deel drie moet wachten, want deel twee verraadt nog niet alles over het geheim van Danehof.


11 augustus 2016
Morgenland – Stephan Abarbanell – Vertaling: Marcel Misset – Signatuur – 410 blz.

Stephan Abarbanell is chef Cultuur bij het Duitse radiostation RBB, maar daarvoor studeerde hij theologie en retoriek. Hij heeft een cursus Creative Writing gevolgd. Met een Joodse familiegeschiedenis had hij genoeg inspiratie opgedaan om zijn debuutroman Morgenland te schrijven.

Lilya is werkzaam voor het Palestijnse verzet maar wordt ingezet om in het eerste jaar na de Tweede Wereldoorlog op zoek te gaan naar de broer van een beroemde Joodse auteur. Deze was professor en zou zijn vermoord in een Duits concentratiekamp, maar zijn broer wil dit niet geloven. Ook de grootse privébibliotheek van hun vader wordt vermist. Het enige wat is overgebleven is een in leer gebonden boek met een ex-libris stempel met hierin alle titels van de vermiste boeken.

“Grote ontdekkingen beginnen met een vermoeden, dan volgt een bewering, en daarna pas het bewijs. Met kleine gaat het soms net zo. Dat uitgangspunt heeft me ver gebracht. Ook al blijkt iets waar je op hoopte soms niet meer dan een door hoop ingegeven vergissing geweest. Maar een idee onderscheidt zich in eerste instantie door lef. U bent jong, u weet wat ik bedoel.”

Lilya begint aan een moeizame tocht door het naoorlogse Europa op zoek naar de professor. Onderweg leert ze bijzondere, maar ook gevaarlijke mensen kennen. Zal het haar lukken de queeste te volbrengen?

Ik ben zelf niet zo heel erg thuis op het gebied van de gebeurtenissen in Palestina en Israël. In het begin is het daarom een beetje zoeken en het geheugen weer wat opfrissen. Maar eenmaal in het verhaal verzonken kom je terecht in een wereld waar de oorlog nog duidelijk aanwezig is, maar waar men probeert het leven weer op te pakken. Het verhaal heeft vooral in het begin een sombere, deprimerende sfeer, maar ik denk dat dat juist heel treffend is voor die tijd.

De karakters zijn in het boek allemaal een beetje op de vlakte gehouden. De persoon Lilya komt niet echt goed uit de verf en de vriendschappen die ze maakt zijn allemaal vluchtig en oppervlakkig. Ook het vleugje romantiek wat is toegevoegd is zo dun uitgewerkt, dat het eigenlijk achterwege had mogen blijven. Echter, gaandeweg wordt de spanning optimaal opgebouwd en wil je eigenlijk nog maar één ding weten: zal Lilya de professor gaan vinden?

Weinig naoorlogse verhalen laten zo goed zien hoe de tijd vlak na de oorlog geweest moet zijn. Zo beschrijft Abarbanell bijvoorbeeld de manier waarop veel door de Nazi’s geroofde boeken weer uitgezocht worden om bij de rechtmatige eigenaar, of erfgenamen, terug gebracht te worden. Ook lees je hoe de kampen een paar jaar na de oorlog nog steeds vol zitten met Joden die al dan niet terug willen naar Israël en hoe moeilijk het is om deze kampen draaiende en menswaardig te houden.

In het nawoord van het boek legt Abarbanell nog enkele geschiedenisfeiten uit, aan de hand van de plekken waar Lilya in het verhaal is geweest. Een leuke toevoeging, wat de sfeer van het boek nog een beetje extra benadrukt.

Morgenland is een prima debuut en een aanwinst voor de liefhebbers van naoorlogse verhalen.


31 juli 2016
Zomermeisjes – Jobien Berkouwer – A.W. Bruna – 303 blz

Het begin van het verhaal grijpt je al direct naar de keel.
“Als een samoeraizwaard striemt de tak langs haar wang. Rats. Een scherpe pijn volgt. Ze besteedt er geen aandacht aan. Ze moet rennen, alsmaar blijven rennen. Haar blote voeten blijven soms steken in de modderige bosgrond. Haar kuitspieren verzuren. Haar tenen raken bladeren, takken, stenen, hard en verzuren. Rennen, als ze maar blijft rennen dan komt het goed.”

Lot is een jonge profiler die in Amsterdam heeft gewerkt en nu in Twente aan de slag moet. Na de zoveelste melding van uitgebroken paarden, die ze samen met haar collega moet zien te vangen, heeft ze het eigenlijk wel gezien in het Oosten des lands. Dan worden de dode lichamen van jonge meisjes gevonden en vermoedt Lot dat er een seriemoordenaar bezig is. Nu kan ze eindelijk haar kwaliteiten inzetten om deze moorden op te lossen, ook al wordt ze hierin flink tegengewerkt door haar mannelijke collega’s.

Met de korte hoofdstukken en de korte zinnen weet Berkouwer de spanning goed op te bouwen en vast te houden. De personages worden goed neergezet, ook al loopt het soms een beetje over van de clichés. Tot het einde toe weet je eigenlijk nog steeds niet wie de dader is, en dat is uiteraard precies de bedoeling van een goede whodunit.

Wel jammer dat ze van Twente een achtergebleven gebied maakt. Volgens dit boek denken de mannen aldaar nog steeds dat vrouwen er alleen maar zijn om koffie te halen. Ook weten ze in het Oosten van het land blijkbaar niet wat een profiler is en wat voor nuttige dingen die doet. Dit cliché stoorde mij enorm, alsof Twentenaren allemaal dom en achterlijk zijn.

In het tweede deel van het verhaal is de moordenaar veel aan het woord. Was de verhaallijn in het middendeel een beetje ingestort, er moest blijkbaar nog een stukje liefdesleven worden ingepast, vanaf hier wordt de spanning weer goed opgebouwd en wil je alleen maar verder lezen hoe het met de verdwenen meisjes afloopt en wat de dader heeft bewogen om dit te doen.

Berkouwer heeft een goed debuut neergezet. Ik vraag me af of er soms nog meer delen zullen volgen met Lot in de hoofdrol.


14 juli 2016
Verborgen – Karin Slaughter – Vertaling: Ineke Lenting – HarperCollins – 479 blz.

Karin Slaughter, de Queen of Crime, heeft geen introductie nodig. Dit jaar is er weer een nieuw deel uitgekomen in de Will Trent-serie.

“Voorzichtig streek ze het haar van haar dochter achter haar oor (…)Nu waren haar nagels gemanicuurd. Haar tenen waren lang en vervormd na jarenlang balletles, dansen tot diep in de nacht en wat ze allemaal nog meer had beleefd in haar opwindende, moederloze bestaan. Ze raakte de lippen van haar dochter aan. Koud. Ze verloor te veel bloed. Het heft van het mes dat uit haar borst stak klopte mee met haar hart (…)”

Zo begint een nieuwe intrige met wederom de ex-vrouw van Will Trent, Angie, in een hoofdrol. In het vorige deel,Stille Zonde, lazen we dat zij nog steeds een grote invloed op hem uitoefent. Nu is dit niet anders, maar Will probeert er alles aan te doen om zich van haar los te maken, samen met de hulp van Sara Linton.

In een pakhuis wordt het dode lichaam gevonden van een ex-politieagent. Alle sporen leiden naar een populaire basketbalprof, die al eerder in de rechtbank stond voor een verkrachtingszaak. Ook is er een verband met de ex-vrouw van Will, wat alles nog gecompliceerder maakt. Eerst lezen we het verhaal van Will en zijn vrienden, in de tweede helft vertelt Angie haar kant van het gebeuren. Hierdoor zijn er soms momenten dat je ook sympathie voor haar kunt opbrengen, terwijl zij eigenlijk niets meer dan een corrupte, aan lager wal geraakte politieagente is.

Slaughter heeft weinig woorden nodig om tot een goede karakterschets te komen of om een situatie of setting neer te zetten. (“Hij probeerde de glazen deur met een klap dicht te slaan, maar er zat een pneumatische dranger op”).
Tevens geeft ze net zo gemakkelijk details over een luxe merk lippenstift als over diverse merken dure auto’s. Ze is van alle markten thuis en weet het zo te beschrijven dat je je direct zelf op de plaats delict weet te situeren.

De enige kanttekening die ik maak bij dit boek, is dat het wederom om de ex-vrouw van Trent gaat, en wederom dat er een relatiecrisis ontstaat tussen hem en Sara Linton. Dit lazen we ook al in het vorige deel en hiermee valt Slaughter een beetje in herhaling. Neemt niet weg, dat dit deel ook weer een page-turner van formaat is en dat we nog steeds geen genoeg krijgen van Will, Sara, Amanda en Faith.


11 juli 2016
Het opzienbarende verhaal van Robert Coombes – Kate Summerscale – Vertaling: Ernst de Boer & Ankie Klootwijk – Nieuw.Amsterdam – 320 blz.

Eind negentiende eeuw wordt Londen opgeschrikt door een brute moord van een 13-jarige jongen op zijn moeder. In haar slaap heeft hij haar met messteken omgebracht en is vervolgens bijna twee weken gewoon verder gegaan met zijn leven, terwijl hij zijn moeder dood in haar bed liet liggen. Zijn één jaar jongere broertje weet overal vanaf en volgt zijn grote broer in alles wat hij doet. Zo gaan ze de volgende dag naar een cricketwedstrijd, spelen ze gewoon op straat en vertellen ze de buren dat hun moeder op familiebezoek is. Om aan geld te komen laten ze waardevolle spullen verpanden. Zodra de moord ontdekt wordt ontkennen ze hun daad niet en gaan gewillig mee met de politie.

Ik moest wennen aan de vertelstijl van dit boek. Het is meer een les uit een geschiedenisboek dan een goed verteld verhaal. Dit komt mede door alle jaartallen, juridische wetten die bij naam genoemd worden en allerhande andere feiten. Toch is het een interessant verhaal geworden. Eenmaal gewend aan de stijl lees je hoe een bizarre geschiedenis zich heeft ontwikkeld. Hoe is deze jongen tot zijn daad gekomen? Kwam het door de vele Penny dreadfuls (goedkope sensatieverhalen) die hij altijd las, of was hij toch door omstandigheden tot zijn daad gekomen? Summerscale weet een perfecte sfeer uit die tijd neer te zetten. Het rechtssysteem wordt uitgelegd, de gevangenissen worden beschreven en de leefomstandigheden worden uitvoerig uit de doeken gedaan. Ook de foto’s die tussendoor getoond worden helpen mee om duidelijk voor je te zien hoe het er toen aan toe ging.

De auteur heeft zich erg goed ingelezen in deze zaak, wat mede te zien is aan de vele noten die achterin vermeld staan. De titel van het boek suggereert dat het hele verhaal om Robert Coombes draait, en in de basis is dat ook zo, maar het personage komt niet echt tot leven gedurende de hele geschiedenis. In de epiloog wordt dit echter weer goed gemaakt. De schrijfster doet verslag van haar ontmoeting met mensen die Coombes daadwerkelijk hebben gekend en zo wordt toch nog een beetje sentiment toegevoegd aan het verhaal en lezen we hoe het met hem is afgelopen.

Het opzienbarende verhaal van Robert Coombes is een boeiend verslag van het leven in de Victoriaanse tijd in de Engelse hoofdstad, maar het is geen spannend misdaadverhaal, zoals je misschien zou verwachten.

Kate Summerscale heeft in Japan en Chili gewoond, maar is van origine Engels. Ze heeft al meerdere waargebeurde verhalen op haar naam staan, zoals De vermoedens van Mister Whicher en De geheime liefde van Mrs. Robinson.


27 juni 2016
Altijd ijs-Marleen Visser-Carrera culinair-223 pag.

Met drie fanatieke ijseters in mijn gezin, kon ik dit boek niet laten liggen. Aangezien ik zelf zoveel mogelijk van de suikers en toegevoegde stoffen probeer af te blijven, was ik met name erg benieuwd hoe Marleen Visser het aan zou pakken om ijs te bereiden op een gezonde manier.

Het boek begint met een inleiding hoe je het beste van start kunt gaan. Welke room, melk en suikers kun je nemen, gebruik je wel of niet een ijsmachine en hoe kun je variëren en spelen met de recepten. Visser maakt een onderscheid in vicecream – de ondeugend lekkere ijsjes – en nicecream – de lekkere, gezonde ijsjes. En met name de geraffineerde suikers zijn in de nicecreams vervangen door gezondere varianten.

Ik begon direct aan het basisrecept voor roomijscustard. Visser gebruikt hier kristalsuiker of honing om de mooie witte kleur te behouden. Ik week hiervan af door palmsuiker te gebruiken en dus werd mijn roomijscustard lichtbruin van kleur. De handelingen zijn erg simpel en er komt alleen maar een steelpan en een garde bij kijken, de meeste hobbykoks kunnen dit wel aan.
Daarna toog ik naar het recept voor blauwe-bessen-lavendelijs. Maar aangezien ik niet genoeg blauwe bessen in huis had en geen gedroogde lavendel, probeerde ik het met diepvries-cranberries. Als je hier een soort jam van hebt gemaakt (ook in enkele hele gemakkelijke stappen uitgelegd) meng je dit met de roomijscustard en klaar is je ijs. Ik had een oude ijsmachine staan die nog perfect zijn werk deed. Maar ook zonder zo’n machine kun je gemakkelijk je eigen roomijs maken. Je moet dan regelmatig door je mengsel roeren om ijskristallen tegen te gaan.

De volgende dag schotelde ik mijn creatie aan mijn gezin voor. En de reacties waren allemaal positief. Oudste dochter begon direct te bladeren in het boek en zocht vast een recept uit om zelf te maken in de zomervakantie en jongste dochter rolde met haar ogen omdat zij vond dat het hemels smaakte. Manlief is de meest kritische ijs-eter en ook hij was erg te spreken over het eindresultaat.

Naast roomijs staan er ook diverse recepten in voor stokjes-ijs. De traditionele raketjes en magnums komen voorbij, maar ook granaatappel-dragonijsjes, perenijsjes en geitenkaasijsjes zijn gemakkelijk zelf te bereiden.
Bij het sorbetijs heeft Visser o.a. geëxperimenteerd met cookie-dough, yoghurtijs met rode biet en banaan-pindakaasijs.

Het boek is ingedeeld in de vier seizoenen met daarin de recepten die bij elk seizoen horen. Zo horen oma’s stoofpeertjes in de herfst, peer-amaretto in de winter, sinaasappel-tijmsorbet in de zomer en yoghurtijs met rabarbercompote in de lente thuis.

Altijd ijs is een mooi vormgegeven boek, met prachtige foto’s. De recepten zijn gemakkelijk en de meeste ingrediënten heeft bijna iedereen wel in huis. Ik ben deze zomer in ieder geval nog wel even zoet met dit boek.

20 juni 2016
Het oog van de orkaan-Edwin Winkels-Uitgeverij Brandt-304 pag.

Edwin Winkels is een bekend (sport)journalist en woonachtig in Spanje. Hij heeft regelmatig aangezeten bij tv-programma’s zoals De Wereld Draait Door en De Avondetappe met Mart Smeets. Sinds 2013 schrijft hij ook romans, waarvan Het oog van de orkaan zijn derde is.

Het verhaal speelt zich af in de buurt van New Orleans, Amerika. De familie Serpas is eind 18e eeuw vanuit Tenerife neergestreken op het “eiland” Delacroix, in de delta van de Mississippi en probeert daar het hoofd boven water te houden. Vooral in de 18e en 19e eeuw is dat niet gemakkelijk met alle oorlogen en rassenrellen. Eerst de oorlog tegen de Britten, daarna de Burgeroorlog tussen Noord en Zuid.

Leven de families op het eiland eerst nog van de visserij en groenteteelt, in de loop der jaren verandert dit in pelsjacht, smokkelarij en krabbenvangst. Alles om maar in leven te blijven.
Elke nieuwe generatie wordt het overlevingsverhaal van de familie verteld, met de bedoeling dit weer door te vertellen, zodat het niet vergeten zal worden. Het boek is dan ook opgedeeld in vier delen. Elk deel is een 2e nieuwe generatie aan het woord, die weer nieuwe gevaren en rampen het hoofd moet zien te bieden. Vooral begin 20e eeuw is de invloed van de mens het grootste gevaar voor het Eiland, maar moeten ze ook orkanen en stormen die het gebied teisteren zien te overleven. Verder is er nog de dreiging van de “grote stad” New Orleans, die op sommige nieuwe generaties een grote aantrekkingskracht heeft met haar gokhallen en drugsholen.

Winkels heeft het hele verhaal op een mooie, bijna poëtische manier weten te vertellen, zonder dat het langdradig of saai is geworden.

“Isidro bepaalde allang niet meer wat Martin deed; zijn rol van patriarch was aangevreten door het zuur waarin hij zijn bestaan op het Eiland had gedompeld, geknakt door de nostalgie die met de ouderdom alleen maar sterker was geworden. “

Door de beeldende beschrijvingen heb je het gevoel dat je zelf ter plekke bent en kun je je helemaal in de situatie inleven. Het is overduidelijk dat de research voor dit boek zeer grondig is geweest. Treffend is om te lezen hoe actueel sommige situaties nog steeds zijn. Racisme is van alle tijden en de angst voor vluchtelingen en buitenlanders is ook nooit anders geweest.
Annejet van der Zijl is de koningin van de historische-biografische romans, maar wat mij betreft is Edwin Winkels de kroonprins.

6 juni 2016
Albert moet naar huis-Homer Hickam-vert.Erica van Rijsewijk-Harper Collins-373 pag.

Een boek met daarin de hoofdrol voor een alligator kan niet anders dan hilarisch zijn, dacht ik. Helaas heeft Homer Hickam deze verwachting niet helemaal waar gemaakt. Het concept is leuk bedacht: Elsie krijgt als huwelijkscadeau een baby-alligator, Albert genaamd, en voedt deze op in de badkamer van het huis waar zij met haar man Homer woont. Na verloop van tijd heeft Homer genoeg van de aanvallen van Albert en geeft Elsie de keus: hij eruit, of Albert eruit! Elsie besluit dat Albert naar huis terug moet. Zo begint een road-trip dwars door Amerika, vol met waanzinnige avonturen.

De schrijver pretendeert dat het een waargebeurd verhaal is, Homer en Elsie zijn zijn ouders. Uiteraard moeten we dat waargebeurde met een korreltje zout nemen. De avonturen zijn té ongeloofwaardig om waar te zijn. Ook is het bij vlagen flauw en onorigineel. Zoals wanneer Homer bij een bankoverval verzeild raakt en deze met behulp van Albert weet af te wenden. Het zou het scenario van één van de honderd Police Academy-films kunnen zijn. En zullen zijn ouders echt John Steinbeck hebben ontmoet en de inspiratie zijn geweest van Druiven der gramschap?

Maar als je tussen de regels door leest, leer je een merkwaardige liefdesgeschiedenis kennen. Elsie is getrouwd met Homer omdat haar grote liefde Buddy niet meer beschikbaar was. Tijdens de road-trip met Albert leert ze Homer echter pas goed kennen. Homer ontpopt zich van een saaie sul tot een stoere vent die alles doet om Elsie te beschermen.

“ ‘Maar ik ga alleen Albert maar naar huis brengen,’ zei Homer.
‘Lieve schat, we kennen elkaar nog maar een paar uur, en toch weet ik dat je veel meer doet dan dat. Wat heb je al op je reis geleerd?’
‘Dat het langer duurt om door Virginia en North Carolina heen te komen dan ik had gedacht.’
Ze glimlachte. ‘Dat is een mooie ontdekking. De meeste dingen kosten meer tijd dan we hadden ingeschat. Maar hoe zit het met de liefde? Zal de liefde meer tijd kosten dan je denkt?’
‘Van liefde weet ik niets.’
‘Dat is waar,’ beaamde ze. ‘Maar elke kilometer die je aflegt op deze reis is bedoeld voor dat ene waar je niets van weet.’ “

Elk hoofdstuk begint de auteur met een stukje uit zijn eigen leven en wat de aanleiding was voor zijn ouders om weer een ander avontuur tijdens Alberts reis aan hem door te vertellen. Achterin het boek staan ook echte foto’s van Homer en Elsie. En dat feit doet je een fractie van een seconde twijfelen: zou Albert dan toch bestaan hebben?

Wie van gekke onzin, maar goed vertelde verhalen houdt, zal Albert moet naar huis een heerlijk boek vinden. Ik vond het af en toe te veel van het goede.

14 mei 2016
Zussen van Versailles  – Sally Christie – vert. Yvonne de Swart – The House of Books- 509 blz

Sally Christie is geboren in Engeland, maar heeft antropologie gestudeerd in Montreal. Ze woont nu in Toronto en is een echte geschiedenisliefhebster. Ze heeft jaren onderzoek gedaan naar het verhaal van de Nesle-zussen en dit uitgewerkt in een prachtig historisch drama. Zussen van Versailles is haar debuutroman.

In de tijd van Lodewijk XV –begin 18e eeuw- wonen er vijf zussen in Parijs: Louise, Pauline, Hortense, Diane en Marie-Anne Nesle. Ze hebben totaal verschillende karakters en vermoedelijk ook verschillende vaders, ook al wordt dit niet expliciet verteld. Als Louise gaat trouwen met haar achterneef, in die tijd werden huwelijken nog onderling geregeld, gaat ze als hofdame werken voor de koningin in het paleis in Parijs, Versailles. De koning is ondertussen zijn vrouw een beetje zat en is op zoek naar een maîtresse. Zijn volgelingen zorgen ervoor dat Louise onder zijn aandacht komt en een nieuwe romance is geboren.

Wat volgt is een ingewikkeld, dramatisch maar ook hilarisch liefdesverhaal tussen de koning, Louise en haar zussen. Deze laatsten zullen allemaal aan het hof komen in de loop der tijd en ze doen allemaal, op Hortense na, hun best om de koning om hun vinger te winden. Dit zorgt voor zusterlijke ruzies en intriges.

Aan het begin van het verhaal heeft Hortense het woord. Zij is de vroomste van allemaal en kijkt op 84-jarige leeftijd terug op het turbulente leven van haar zusters. Dan gaat het verhaal terug in de tijd en zijn alle zussen om de beurt aan het woord en vertellen zij wat hen bezig houdt en wat hun gevoelens zijn. Hun verhalen worden afgewisseld met de brieven die zij aan elkaar sturen. Erg leuk is dit uitgewerkt, omdat alle zussen de schijn ophouden dat alles mooi en geweldig is, terwijl we lezen dat in het echt niet alles gaat zoals ze hadden gehoopt.

De verschillende karakters van de zussen zijn erg leuk bedacht en houden het verhaal levend. De ene is vroom en gelukkig met haar gearrangeerde huwelijk, de ander heeft nooit genoeg en wil meer en is jaloers op de ander. In het begin verloopt alles een beetje traag, maar naarmate het boek vordert komt er meer vaart in het verhaal en lees je lekker door. De erotische scenes zijn een beetje krampachtig. Ik had het gevoel dat de schrijfster zich niet helemaal op haar gemak voelde bij dit onderdeel van het verhaal.

Het leuke van deze hele geschiedenis is dat het waargebeurd is. Christie heeft jaren research gedaan en dat is goed te merken. De belangrijke personages hebben allemaal daadwerkelijk geleefd en dat maakt deze historische roman bijna een familiegeschiedenis van de Nesle-zussen. Uiteraard zullen de dialogen en dagelijkse gebeurtenissen fictief zijn, maar dat heeft de auteur op zo’n leuke manier verwerkt, dat het niet saai of langdradig wordt. Ook de specifieke 18e-eeuwse details zijn niet vergeten, zoals het eten en de mode. Zo houdt Diane bijvoorbeeld enorm van duivenpaté met zuring en suikertaart met gember en poederen de mannen en vrouwen hun gezicht én haren.

Voor iedereen die van geschiedenis en van familieverhalen houdt, is dit boek de perfecte combinatie.


30 april 2016
24 dagen – Guillaume Musso – Vertaling: Maarten Meeuwes – Bruna – 294 blz.

Als Arthur de deur openbreekt in de kelder van de oude vuurtoren, die hij heeft geërfd van zijn vader, gebeuren er ineens rare dingen met hem. Er lijkt een vloek op hem te rusten en hij raakt hele perioden van zijn leven kwijt, die hij met geen mogelijkheid kan herinneren. Hij ontmoet Lisa en de twee worden verliefd. Maar hoe moet hun relatie stand houden als Arthur geen idee heeft wat er elke keer met hem gebeurt?

Een korte familie-introductie is het enige wat de schrijver ons vertelt om de karakters te leren kennen, maar dan begint hij ook direct met waar het om draait: Arthur breekt de verboden deur in de vuurtoren open en het wordt meteen spannend. Door de korte hoofdstukken blijft deze spanning het hele boek door gehandhaafd. Ook het feit dat het hele verhaal vanuit het perspectief vanuit Arthur wordt verteld –uitgezonderd één klein hoofdstukje gezien vanuit de beleving van Lisa – is het een vloeiend geheel dat je in één stuk door wilt lezen.

“Nu gaat het ontwaken er zachter aan toe. Bijna lieflijk.
Ik kom bij bewustzijn te midden van de geur van warm brood. Wanneer ik mijn ogen open, lig ik op mijn buik, mijn neus op een vloer van boerenplavuizen. Mijn gewrichten doen minder pijn, mijn hoofdpijn is lichter, mijn ademhaling rustiger. Ik kom zonder moeite overeind en kijk om me heen.
Ik zie een kneedmachine, een deegroller, een gistkast, een oven op wielen waarin broodjes liggen te bakken. Jutezakken, papieren zakken waarop staat: AU CROISSANT CHAUD- FRANSE BAKKER SINDS 1974.
Ik klop het meel van mijn broek en mijn jasje. Ik bevind me in de bakkerij van een ambachtelijke bakker.”

Het verhaal speelt zich af in New York vanaf de jaren negentig tot 2015. De schrijver duikelt veel leuke details op, zoals de muziek die populair was, films die in de bioscoop draaiden en uiteraard komen er veel historische gebeurtenissen aan bod, zoals de terroristische aanslagen op het World Trade Centre.

Guillaume heeft een goed verhaal weten neer te zetten. De liefde tussen Arthur en Lisa is echt, maar ingewikkeld. Hoe gaat deze relatie aflopen? Het wordt al snel duidelijk wat er elke keer gebeurt met Arthur, maar toch blijft het spannend omdat hij moet proberen de vloek te verbreken. Gaat hem dit lukken? Ook veel psychologische aspecten komen aan bod en met name de band tussen Arthur en zijn vader is erg complex. Hoe gaat hij hiermee om en zal hij dezelfde fouten maken als zijn vader deed?

Het einde is erg verrassend, maar toch had ik dit liever anders gezien. Het boek is in de mysterieuze sfeer, net zoals Stephen King dat zo goed kan, maar door dit einde wordt het hele verhaal anders. Van mij mocht het mysterieus en onbegrijpelijk blijven, hoe sterk het slot ook is bedacht.

24 dagen is een boek dat niet direct in een hokje is te plaatsen, het heeft echter het meeste weg van een thriller. Maar ook de romanliefhebbers zullen er van smullen.

14 april 2016
Adele, haar leven en succes – Chas Newkey-Burden – Vertaling: Anne Marie Koper – Xander Uitgevers – 264 blz.
Chas Newkey-Burden heeft diverse biografieën geschreven, onder andere van Amy Winehouse, Simon Cowell en Brangelina. In dit boek neemt hij het leven van de succesvolle Britse zangeres Adele onder de loep.

De liefde voor muziek begon al vroeg in het leven van Adele. Haar moeder was nog jong toen ze Adele kreeg, en heeft een brede muzieksmaak. Adele groeide op met deze verschillende stijlen. Vooral Etta James is een grote inspiratiebron voor haar geweest. Als klein meisje had ze al een prachtige stem en haar moeder was daar maar wat trots op en stimuleerde haar in alles. Moeder en dochter zijn dan ook twee handen op één buik. Volgens Adele heeft ze haar succes met name te danken aan de BRIT-school waar ze heen ging en waar meerdere talenten vandaan komen, zoals Amy Winehouse.

Adele zegt zelf dat ze moeite heeft om haar emoties goed te uiten, dat haar dat beter lukt door ze op papier te zetten. Zo ontstaan de songteksten. De albums “19”en “21” staan dan ook bol van de autobiografische nummers. Enkele hoofdstukken in het boek worden gewijd aan de uitleg van de diverse teksten. Wat gebeurde er in het leven van Adele dat ze juist dit nummer schreef? Elk nummer wordt uitgeplozen en uitgelegd tot in detail. Zo wordt er een beeld geschetst van de persoon Adele, hoe ze denkt en voelt bij alles wat er gebeurd is in haar leven. Deze passages bevatten wel teveel nutteloze informatie, omdat ze veel te uitgebreid zijn, maar de echte fans zullen het geweldig vinden.

Newkey-Burden gebruikt het hele boek door erg veel quotes van Adele. Deze zijn uit interviews en tv-optredens gehaald. Hieruit blijkt dat hij geen één-op-één gesprekken met Adele heeft gehad. Dat maakt het boek afstandelijk en vlak. Alle informatie kun je zelf ook opzoeken via het world-wide-web. Maar het geheel is wel een leuke vergaarbak van feitjes en weetjes. Vooral omdat Adele een heerlijk mens is waar je erg mee kunt lachen. Ze doet uitspraken die niet iedereen zomaar zou doen, en die zijn geweldig leuk om te lezen.
“‘Wauw,’ zei hij op ongelovige toon, terwijl de staande ovatie gewoon doorging. ‘Was dat niet geweldig? Al heb je nog zo veel dansers, vuurwerk, lasershows, als je zo klinkt heb je niet meer nodig dan een piano. Ongelooflijk.’
Hij sprak namens het hele land.
Adele had minder woorden nodig. ‘Ik poepte in mijn broek,’ zei ze. “

Adele, haar leven en succes zou ik niet direct een biografie willen noemen. Er komen geen nieuwe feiten aan het licht en er wordt geen kijkje genomen in de persoonlijke leefomstandigheden van Adele. Het is meer een muzikale opsomming, een ode aan deze sympathieke flapuit.

4 april 2016
Onze eindeloze dagen – Claire Fuller – Vertaling Guus van der Made – Bruna – 296 blz.

Als Peggy acht jaar is, wordt ze door haar vader meegenomen naar een hut in het bos, in een voor haar vreemd Europees land. Hier zal ze negen jaar lang wonen, in de veronderstelling dat de rest van de wereldbevolking is omgekomen en dat zij en haar vader de enige overlevenden zijn. Zo goed en kwaad als het lukt proberen ze de strenge winters en de warme zomers samen te overleven. Ze komen de dagen door met het zoeken naar voedsel en het spelen op de nep-piano die vader gemaakt heeft. Maar waarom heeft haar vader haar dit aangedaan? Waarom laat hij haar in de waan dat zij de enigen op de wereld zijn? En wie is de mysterieuze Reuben?

Het verhaal begint als Peggy na negen jaar weer terug is in haar ouderlijk huis. Haar moeder woont er nog en ze blijkt ook een broertje te hebben, dat geboren is toen zij en haar vader net weg waren. Het boek verhaalt afwisselend de belevenissen van Peggy in het bos en de gebeurtenissen weer terug in de bewoonde wereld. Het begin is al direct spannend, omdat je dan nog geen idee hebt wat er precies met Peggy gaat gebeuren. En ook de vreemde vriend van haar vader – Oliver- geeft een spannend effect. Wat heeft hij voor invloed op vader gehad en waar is hij gebleven? In de hoofdstukken in het heden lezen we dat Peggy moeite heeft om weer contact te maken met haar moeder, Ute. Het leven in de bewoonde wereld is in de negen jaar gewoon doorgegaan, en ook haar beste vriendin is geen klein meisje meer maar een tienermeid van zeventien. Ook de psychische schade die Peggy heeft opgelopen wordt op een mooie, zelfs spannende manier uitgelegd. En waar is vader nu? Peggy heeft duidelijk nog positieve gevoelens voor hem en als lezer blijf je je lange tijd afvragen wat er met hem gebeurd is.

“Elke ochtend sinds we waren aangekomen had mijn vader een kleine inkeping in de deurpost van die Hütte gemaakt, maar op de zestiende dag besloot hij ermee op te houden.
‘We leven vanaf nu niet meer volgens iemand anders z’n regels van uren en minuten,’ zei hij. ‘Wanneer we moeten opstaan, naar de kerk moeten, naar ons werk moeten.’(…)
‘De datums herinneren ons er alleen maar aan dat onze dagen geteld zijn, hoeveel dichter we elke dag bij de dood komen. Van nu af aan, Ponsje, leven we in het ritme van de zon en de seizoenen.’ Hij tilde me op en draaide me lachend in het rond. ‘Wij hebben ontelbare dagen.’”

De gedeeltes dat Peggy met haar vader in het bos verblijft zijn het mooist. Je wordt echt meegetrokken in het verhaal en je kunt niet anders dan medelijden hebben met, maar ook bewondering hebben voor dit kleine meisje. De natuurbeschrijvingen zijn erg gedetailleerd, zodat je een goede indruk krijgt van de omgeving en hoe ze zich met de planten en dieren in leven moeten zien te houden. Als vader een piano gaat bouwen wordt ook dat stap voor stap uit te doeken gedaan. Dit is wel iets teveel techniek van het goede, maar de piano is wel een rode draad in het leven van Peggy en haar familie.

Onze eindeloze dagen is van begin tot eind spannend, mooi, intrigerend en ontroerend. Het is de debuutroman voor schrijfster Claire Fuller en heeft de Desmond Elliot Prize 2015 gewonnen.

4 april 2016
Bart van Olphen-Bart's Fish Tales-Carrera-415 pag

Bart van Olphen heeft zijn eigen YouTube kanaal, waar hij de lekkerste en meest bijzondere visgerechten laat zien. Op Instagram zet hij video’s van 15 seconden met supersnelle en gemakkelijke recepten. Hij werkt intensief samen met Jamie Oliver, die groot fan van hem is vanwege zijn passie en liefde voor de visserij. In het boek Bart’s Fish Tales reist Van Olphen samen met fotograaf David Loftus de hele wereld over om plaatselijke vissers te interviewen en nieuwe recepten te bedenken. De voorwaarde van Van Olphen is dat alle vis duurzaam gevangen moet zijn. Volgens hem is 80% van het visbestand al overbevist, dus moeten er maatregelen genomen worden. Vissers kunnen het MSC-keurmerk verdienen, wat inhoudt dat zij duurzaam vissen. Zoals bijvoorbeeld de ansjovisserij uit Spanje; de visnetten worden uitgelegd rondom één hele school, zodat er nagenoeg geen bijvangst is. Of er wordt gevist met netten die grotere mazen hebben, zodat de te kleine visjes niet gevangen worden en nog even door kunnen groeien.

Het boek bestaat uit acht hoofdstukken en in elk hoofdstuk vertelt Van Olphen over de visspecialiteit van een bepaald land zoals India, Engeland, Canada, Spanje maar ook Nederland. Elk deel begint met een kort verhaaltje hoe de vissers hun vissen vangen en hoe zij leven. Daarna volgt een aantal recepten die met deze vissoort worden bereid. Sommige recepten zijn erg traditioneel in het bepaalde land, sommige heeft van Olphen zelf bedacht.

De passie en liefde voor de vis proef je in elk hoofdstuk. Van Olphen maakt zich grote zorgen om het visbestand en het is een goede zaak dat hij zo op de duurzaamheid hamert. Door de foto’s van David Loftus is het boek meer dan alleen een kookboek; de portretfoto’s van de vissers en hun familie, maar ook de omgeving van elk land geven een romantische en mooie kijk op deze bijzondere wereld. En door de verhalen van Van Olphen krijg je nog meer waardering voor alle moeite die is gedaan om ervoor te zorgen dat wij nog steeds een lekker stukje vis op ons bord hebben liggen.

Ik ben zelf een leek op visgebied, bij mij in de keuken komt het niet verder dan een stukje zalm of kabeljauw. Dit boek is dan ook een grote inspiratiebron om mijn kennis te vergroten. Maar ik moet eerlijk bekennen dat pijlstaartinktvis of rijst gekleurd met inktvisinkt me de pet wel iets te boven gaat. Achterin het boek staan diverse technieken uitgelegd. Zo kun je leren om zelf je vis te fileren, maar ook hoe je de pijlstaartinktvis moet schoonmaken. De echte (hobby)koks en visliefhebbers kunnen hun hart ophalen met dit prachtige, dikke boek.

28 maart 2016
Turis-Özcan Akyol-Prometheus-317 pag

Eus is met zijn twee broers opgegroeid in een arbeiderswijk in Deventer, waar zijn vader Turis hen en hun moeder het leven zuur maakt. Hij is gewelddadig en gunt ze het licht in de ogen nog niet. Een ieder gaat op zijn eigen manier hier mee om; de moeder moppert en komt af en toe in opstand, maar kiest elke keer weer de kant van Turis. De middelste broer verstopt zich onder zijn dekens als Turis weer eens bezig is en de andere twee jongens zetten zich tegen hun vader af. Uiteindelijk verlaat Eus het ouderlijke huis als hij 17 is, om nooit weer te keren.

Afwisselend met zijn jeugd worden er hoofdstukken beschreven die zich in het heden afspelen, beginnende met de periode vlak voor zijn debuutroman Eusuitkomt. Eus woont in een studiootje in Deventer en heeft een relatie met de volgzame Tess. Hij neemt dit allemaal niet zo serieus en gaat vreemd bij het leven. Tess’ ouders zijn mensen die “op stand” leven en keuren de verhouding van hun oudste dochter met deze allochtoon absoluut niet goed. De cultuurverschillen zijn overduidelijk. Ook al voelt hij zichzelf een Nederlander, Eus zal voor de buitenwereld toch altijd “die Turk” zijn.

Hij heeft sporadisch contact met zijn moeder. Als zij haar man verdenkt van een buitenechtelijke affaire in Turkije, mét kinderen, gaat Eus samen met zijn beste vriend Ata op onderzoek, in de hoop deze concubine aan te treffen en zo zijn moeder tot een scheiding te dwingen. Maar wil zijn moeder dat wel? Ook al geeft ze altijd af op haar man, in de Turkse gemeenschap is een scheiding eigenlijk geen optie. Dit gegeven was al duidelijk toen Eus nog klein was en samen met zijn broers en moeder midden in de nacht het huis uit was gevlucht. Na enkele weken besloot zijn moeder om toch weer naar Turis terug te keren en haar oude leventje weer op te pakken, omdat ze de schande niet aankon. Eus laat duidelijk in zijn boek merken dat hij niets begrijpt van zijn moeder. Het cultuurverschil is ook hier te groot. Hij is overduidelijk vernederlandst, terwijl zijn moeder voor altijd Turks zal blijven. Dat is ook te merken aan het feit dat ze nu nog steeds geen Nederlands kan spreken.

Als geboren en getogen Deventerse heb ik echt genoten van dit boek. Los van het feit dat het verhaal prachtig is verteld, is het smullen met de vele bekende straatnamen, cafés en restaurants die elke Deventernaar wel kent. Deze stad is de muze van Akyol. Hij heeft 3 jaar over dit boek gedaan, het schrijven lukte pas echt toen hij, na een tijdje in Amsterdam gewoond te hebben, weer neerstreek in zijn geboorteplaats. En gelukkig dat hij dat heeft gedaan, want met Turis heeft hij een mooie roman geschreven. Ook al is het onderwerp hetzelfde als in Eus (zijn slechte jeugd), toch is dit een heel ander verhaal geworden, met erg weinig overlap. Ook de humor kon ik erg waarderen, ook al was deze soms een beetje zwart. Het is overduidelijk dat er voor Akyol geen enkel gevoel van sympathie, liefde of genegenheid voor zijn vader is.

“Turis staarde naar de hemel, hij stak een hand uit en taxeerde de afstand tussen hem en de laagst hangende twijg, een dunne, zielloze tak die het niet van dit seizoen moest hebben.
‘Het is genoeg geweest,’ brulde hij, ‘ik ga mezelf ophangen, dit leven is niks meer waard, niet voor mij en al helemaal niet voor anderen. Ik stap eruit.’
‘Wat moeten we doen, ’fluisterde ik. Het hek was minstens twee meter hoog en de eerste takken groeiden pas een meter daarboven; het was onmogelijk voor Turis om daar te komen, ook vanwege de afschutting. Hij maakte een knoop, in de vorm van een lasso, wikkelde die om zijn nek en trok er twee keer aan, nu leek hij op een aangelijnde hond. (…)
‘Niet doen!’ riep Mevlut. ‘Alsjeblieft, laten we naar huis gaan.’
‘Ik kan niet anders, jongen,’ antwoordde Turis. ‘Ik voel me vermorzeld, het is alsof al mijn organen zijn afgestorven, het lijkt of een vuur alles in mijn lichaam heeft verkoold.’
Hij stak zijn handen in de zakken van zijn pantalon. Voor iemand die een streep onder zijn leven wilde zetten stond hij er erg relaxed bij, bijna laconiek.(…)
Plotseling hoorde ik achter me het geklater van water, alsof iemand de tuinslang had aangezet. Dat was vreemd op dit late tijdstip. Ik draaide mijn hoofd, zocht de bron van het geluid en zag duidelijk Ata achter het dakraam van hun hoekhuis staan. Hij hing zijn piemel tussen twee houten latten en piste met een boog in de tuin.”

Akyol heeft aangekondigd dat er een derde deel over dit onderwerp zal verschijnen, maar eerst gaat hij een afslag nemen in een andere richting. Ik hoop dat zijn verhalen in Deventer gesitueerd zullen blijven. Niet alleen omdat dat voor de Deventernaar leuk is, maar ook omdat het aangeeft dat literair talent niet alleen uit het Westen des lands hoeft te komen.

12 maart 2016
Nieuwe voetbalschoenen voor Lynn – Pieter Feller/Tiny Fisscher – Luitingh-Sijthoff - 127 pag
Pieter Feller is de auteur van de kinderboekenserie over Kolletje en haar toversokken. Tiny Fisscher heeft jeugdboeken geschreven, waaronder “Dat stomme boek” maar ook enkele boeken voor volwassenen. Ze hebben de handen ineen geslagen en samen een erg leuk meisjesboek geschreven voor stoere meiden vanaf een jaar of 10. 

Nadat de ouders van Lynn zijn gescheiden, heeft haar moeder het zwaar om de financiële eindjes aan elkaar te knopen. Lynn zit in een meidenvoetbalteam, maar helaas zijn haar voetbalschoenen te klein geworden en is haar voetbalbroekje versleten. Er is echter geen geld voor een nieuwe outfit, omdat de wasmachine stuk gaat en hond Loebas ziek wordt. Ook de contributie voor de sportclub is al een half jaar niet betaald.

De vriendinnen van Lynn gaan een plan bedenken om aan geld te komen, zodat ze haar een nieuw paar schoenen voor haar verjaardag kunnen geven. Alle meiden dragen hun steentje bij om het bedrag bij elkaar te sprokkelen. Dit zorgt voor hilarische taferelen. 
“Een vrouw komt bij ze staan. ‘Voor een goed doel wil ik wel een mopje horen.’ 
‘Twintig cent, mevrouw,’ zegt Dorien.
Beertje is weer aan de beurt.
‘Het is een raadseltje,’ zegt ze. W-waarom hebben domme b-blondjes een pepermolen naast de televisie staan?’
De vrouw weet het niet.
‘Om het b-beeld scherper te krijgen,’ legt Beertje uit.
Dorien grinnikt.
‘Dom raadseltje,’ zegt de vrouw. Hoofdschuddend beent ze weg.
Dorien stoot Beertje aan. ‘Misschien had je die mop beter niet aan een blonde vrouw kunnen vertellen,’ fluistert ze.
Beertje schiet onbedaarlijk in de lach.”

De samenwerking tussen Feller en Fisscher is een gouden greep geweest. Vermoedelijk heeft Feller voor de voetbaltechnieken gezorgd en kon Fisscher zich uitleven op de meidenperikelen. Het is een echt meidenboek, maar zonder getut of roze jurkjes en met veel humor. De meiden zijn allemaal leuk met hun eigen specifieke karaktertrekjes en hebben echte meidenproblemen aan hun hoofd (jongens).
Wie geen verstand van voetbal heeft kan toch genieten van dit verhaal. Tijdens een voetbalwedstrijd wordt uitvoerig uit de doeken gedaan hoe het spel verloopt, maar zonder dat het langdradig of oninteressant is. Het is zelfs spannend!

Het boek is echt van deze tijd. Zo schuwen de auteurs het hedendaagse taalgebruik niet (“Wat een eikel!”) en worden er moppen verteld die eigenlijk net niet kunnen, maar waar iedereen om moet lachen. Het zorgt ervoor dat alles niet te braaf en zoet is en dat alles juist heel realistisch en herkenbaar overkomt.

Voor de oplettende lezer mag het duidelijk zijn dat het niet bij één deel zal blijven en daar ben ik blij om. Wat mij betreft mogen er veel meer van dit soort meidenboeken verschijnen!


9 maart 2016
De 9 dagen van Rabbit Hayes – Anna McPartlin – Vertaling: Saskia Peterzon-Kotte – Bruna – 390 blz.

Is het mogelijk om een dramatische gebeurtenis in het leven van een Iers gezin met veel humor en spot te vertellen? Anna McPartlin heeft het gedaan, en niet zonder succes. Zij heeft dan ook als stand-upcomedian gewerkt, maar schrijft ook scenario’s voor film en televisie. De 9 dagen van Rabbit Hayes is haar eerste roman die in het Nederlands is verschenen.

Ik was getriggerd door de reclame die beweerde dat dit een boek met veel humor, kracht en liefde is. Het begint echter erg dramatisch met het feit dat de 44-jarige Rabbit Hayes borstkanker heeft en vanwege uitzaaiingen in een verpleeghuis terecht komt, waar ze haar dood afwacht. Maar vanwege de kleurrijke personages in het boek en de maffe gebeurtenissen die de familie van Rabbit meemaakt, is het verhaal allesbehalve zwart, donker of tranen trekkend.

De moeder van Rabbit is een vloekende en grove vrouw die geen blad voor de mond neemt, maar iedereen met veel liefde en respect behandelt. Broer Davey was bijna wereldberoemd geworden als drummer van een band, maar toert nu door Amerika met een country-zangeres en geniet nog volop van het vrijgezellenbestaan.
Zus Grace is een kloon van haar moeder, met vier puberende zonen. Vader Jack kan alleen maar huilen elke keer als hij bij Rabbit op bezoek komt, zodat hij steeds weer de kamer wordt uitgezet door de andere familieleden. En dan is er ook nog de beste vriendin van Rabbit, Marjorie, die zo’n beetje bij het gezin hoort, omdat haar eigen moeder een kille tante is. Maar wie is Johnny, waar alleen maar in de verleden tijd over wordt gepraat, maar die duidelijk een belangrijke rol in het leven van Rabbit heeft gespeeld?

Alle familieleden gaan op hun eigen manier met de naderende dood van Rabbit om. Moeder Molly doet alles om ook maar iets van een genezing voor haar dochter te vinden, inclusief een gebedsgenezer opzoeken, die ze stiekem aan het bed van Rabbit een handoplegging wil laten doen.
“ ‘U herinnert zich mijn dochter Rabbit waarschijnlijk niet meer.’
‘Hoe zou ik die kunnen vergeten? Ze noemde me een charlatan en dreigde me te laten oppakken voor kwakzalverij en oplichterij.’
‘Goed geheugen,’ zei Molly. Verdomme. Maar Molly liet zich niet van de wijs brengen. ‘Nou ja, hoe dan ook, ze heeft kanker.’
‘Tja, wie niet?’ vroeg hij.
‘Wat?’
‘Prostaat.’
‘O. Wat erg.’ (…)
‘En u kunt uzelf niet genezen?’ vroeg Jack.
Natuurlijk kunt u zichzelf niet genezen, dacht Molly. Rabbit had gelijk. U bent een charlatan.
‘Zo werkt het niet.’
‘Kunt u nog wel genezen, ook al bent u ziek?’
‘Onder de juiste omstandigheden.’
‘Wilt u Rabbit een bezoek brengen?’
‘Wil ze dat dan?’
‘Eh, nee.’
‘Denkt u erover om haar te verrassen?’
‘We dachten erover om niets te zeggen. We wilden u naar binnen laten gaan als ze sliep.’
‘Beseft u dat de patiënt genezen moet willen worden om genezing te bewerkstellingen?’
‘Nou, ze wil wel genezen worden.’
‘Maar niet door mij.’
‘Het is niets persoonlijks.’ “

Ondanks dat deze gebeurtenis op je lachspieren werkt, voel je ook duidelijk de wanhoop bij Molly en Jack.

De 12-jarige dochter van Rabbit, Juliet, weet nog nergens van en denkt dat haar moeder alleen een gebroken been heeft en snel weer thuis komt. Ondertussen pendelt zij tussen het huis van haar oma en haar tante heen en weer. Ze heeft ook nog geen weet van de strijd die de familieleden ondertussen voeren over haar voogdij, als Rabbit straks is overleden. Iedereen wil Juliet namelijk graag in huis nemen, zelfs de bejaarde Molly en Jack.

Het verhaal van Rabbit en haar familie wordt afgewisseld met flash-backs uit Rabbit’s jeugd. Hier komt ook de mysterieuze Johnny ten tonele. Rabbit denkt veel aan hem in haar ziekbed, en stukje bij beetje komen we zo meer over hem te weten en wat hij voor Rabbit heeft betekend.

De 9 dagen van Rabbit Hayes is erg mooi geschreven in gemakkelijke, korte zinnen. Er zitten veel dialogen in, wat het geheel erg levendig maakt. Vooral de vloekende Molly komt op deze manier erg goed uit de verf.
De familie kan het allemaal wel erg goed met elkaar vinden, de liefde en saamhorigheid druipt er vanaf. Zelfs de moeilijke opvoedbare, puberende zoon van Grace heeft overal begrip voor en helpt waar hij kan. Dit geeft het verhaal een beetje een onrealistisch beeld.

De meeste boeken die het thema terminale kanker hebben, eindigen met veel emoties en tranen, zoals bijvoorbeeld “Komt een vrouw bij de dokter,” van Kluun. Zo niet bij De 9 dagen van Rabbit Hayes. Het verhaal wordt heel mooi en integer afgerond en laat je bijna met een glimlach achter.

14 februari 2016:

Het geheim van mijn man – Liane Moriarty – Vertaling: Monique Eggermont – Bruna – 397 blz.

Cecilia vindt een brief van haar man, die aan haar gericht is, maar die ze pas mag openmaken als hij dood is. Zal ze het nu vast lezen, of niet?
Tess verlaat samen met haar zoontje haar man, nadat hij bekend heeft verliefd te zijn op haar beste vriendin.
Rachel rouwt om haar dochter, die 25 jaar geleden op 17-jarige leeftijd is vermoord.
Alle drie de vrouwen hebben één ding gemeen: ze komen uit Sydney en hebben allemaal met het kleine buurtschooltje St.Angela’s te maken. Ze kennen elkaar nauwelijks, maar door een samenloop van omstandigheden komen hun levens op een gegeven moment samen.

Het verhaal begint lekker luchtig met de verhaallijn van Cecilia; zij is Tupperware-consulente, voorzitter van de oudercommissie, heeft drie kinderen en haar man is een knappe vent die samen met zijn moeder en vijf broers veel aanzien heeft in de kleine buurtgemeenschap. Maar al snel wordt het spannend als Cecilia de brief van haar man besluit te lezen. Wat volgt zijn diverse geheimen en mysteries in het leven van de drie vrouwen.

Moriarty weet zich erg goed in haar personages te verplaatsen. De gedachtes van een 17-jarige worden net zo goed en realistisch verwoord als de daden en hersenspinsels van een 70-jarige. Er is geen moment dat het verhaal inzakt of saai wordt. Zelfs niet, als halverwege het boek alle geheimen voor de lezer bekend zijn. Het is intrigerend om te lezen hoe de levens zich zullen ontwikkelen door alles wat er in het verleden is gebeurd en waar nu de gevolgen zichtbaar van worden.

Het zet je zelf ook aan het denken: wat zou ik doen in deze situatie? Het plot is erg goed in elkaar gezet en mede door de humoristische stukjes en omschrijvingen is het een erg vermakelijk, spannend en onderhoudend verhaal geworden.
”Nu ze vlak voor hen stond, herinnerde Tess zich Cecilia’s gezicht heel goed. Ze had een klein, smal gezicht, de vlechten waren vervangen door zo’n vlotte, artistieke bob, een belangstellende, open blik, een opmerkelijke overbeet en twee belachelijke grote kuilen in haar wangen. Ze was net een mooie, kleine fret.”

Is het boek een thriller, een roman of misschien een chicklit? Het is moeilijk om in een hokje te stoppen en daarom toegankelijk voor vrijwel iedere enthousiaste lezer.

Liane Moriarty woont met haar man en kinderen in Sydney, waar ze is geboren als oudste van zes kinderen. Het geheim van mijn man is haar vijfde boek en belandde in twee weken tijd op nummer 1 van de New York Times bestsellerlijst.

1 februari 2016:
Anna- Niccolò Ammaniti- Uitgeverij Lebowski-279 pag.

“Het uitlezen van een boek, is als afscheid nemen van een goede vriend.”
Deze uitspraak van Voltaire is zeer zeker van toepassing op Anna van de Italiaanse auteur Ammaniti, bekend van zijn bestseller "Ik haal je op, ik neem je mee". Nadat ik de laatste pagina had gelezen, had ik Anna voorgoed in mijn hart gesloten.

Anna is een meisje van dertien, dat samen met haar kleine broertje Astor in het huis van haar moeder woont, nadat een epidemie alle volwassenen in de wereld heeft gedood. Ze moet elke dag op zoek naar eten en ervoor zorgen dat zij en haar broertje veilig zijn. Veilig voor de honden die verwilderd zijn, maar ook voor de bendes die gevormd worden door de oudere kinderen en die alles plunderen voor hun eigen belang.

Er doet een gerucht de ronde, dat ergens op Sicilië – het verhaal speelt zich op dit eiland af in het jaar 2020 – een volwassen vrouw is, die de epidemie heeft overleefd, en die de zieken beter kan maken. Beladen met cadeaus trekken de overlevenden naar deze vrouw omdat ze maar één ding willen: niet ziek worden zodra ze volwassen zijn.

Anna wordt ook gedwongen op zoek te gaan naar deze vrouw. Onderweg komt ze Pietro tegen, een jongen van haar leeftijd, en met hem sluit ze vriendschap. Ook hond Knuffel sluit zich aan bij het groepje.
Wat volgt is een prachtig verslag van de reis die de kinderen maken en alle ellende en gevaren die ze onderweg tegen komen.

Vanaf de eerste pagina van het boek word je het verhaal ingezogen. Ammaniti schrijft in duidelijke taal en zeer beeldend. Met nadruk op alles wat er om Anna heen gebeurt (natuur, dieren, omgeving), maar zonder dat het langdradig of saai is, weet hij de sfeer precies goed neer te zetten. Je waant je direct in een land waar geen elektriciteit meer is, waar alles kapot geplunderd is en waar de dode mensen overal verspreid liggen.
“Anna rende over de snelweg en kneep in de riempjes van de rugzak die op haar rug stuiterde. Nu en dan keek ze achterom. De honden waren er nog steeds. Keurig in een rij achter elkaar. Zes, zeven. Een paar haveloze honden waren onderweg afgehaakt, maar de grootste, voorop, kwam steeds dichterbij. Ze had ze twee uur daarvoor in de verte op een afgebrande akker tevoorschijn zien komen tussen de donkere keien en geblakerde stronken van de olijfbomen, maar ze had er verder geen aandacht aan besteed.”

Anna is een dapper en stoer meisje dat gedwongen wordt om als een volwassene te denken en doen, in plaats van kind te mogen zijn. En alles in de wetenschap dat ze binnen één jaar tijd waarschijnlijk ook de Rode Ziekte zal krijgen. Het boek bevat spanning, humor en verdriet. Maar tussen de regels door lees je ook dat hoop, doorzettingsvermogen en liefde de kinderen in deze donkere wereld op de been houdt. Kluun, Saskia Noort en Herman Koch waren al fan van Ammaniti, ik ben het nu ook.


18 janauar 2016:
De Amerikaanse prinses-Annejet van der Zijl-Uitgeverij Querido-278 pag.

Van der Zijl kwam tijdens haar research voor de biografie van prins Bernhard de persoon Allene Tew tegen. Ze was zo door haar gefascineerd, dat ze besloot het levensverhaal van deze Amerikaanse vrouw uit te zoeken en op te schrijven.
Allene Tew wordt geboren als arm arbeidersmeisje in een Amerikaans gehucht, maar door weg te lopen en te trouwen met een rijke nazaat uit Pittsburgh ontsnapt ze uit deze ellende. Door haar doorzettingsvermogen, moed en doortastendheid weet ze zich omhoog te werken in de high-society van Pittsburgh.
Helaas loopt haar leven alles behalve op rolletjes. Ze zal in haar leven vijf keer trouwen (waaronder één keer met een Duitse prins en één keer met een Russische graaf), vier keer scheiden en een keer weduwe worden.

Ze krijgt kinderen, die ze ook weer verliest, en ze krijgt stiefkinderen die soms voelen als haar eigen, maar die haar niet echt accepteren als moeder. Haar hele leven speelt zich af tegen de achtergrond van de Eerste Wereldoorlog, de Beurskrach in de jaren twintig en de Tweede Wereldoorlog. Maar vanwege haar slimheid en zakelijke instinct weet ze bijna haar hele leven kapitaalkrachtig te blijven en alle ellende te overleven.

Van der Zijl raakt precies de goede snaar hoe ze Allene als krachtige, zelfstandige vrouw weet neer te zetten.
“Vanuit Allenes jeugd klonken nog de echo’s door van de pioniers (…) Ze kwam nu eenmaal uit een geslacht van stoere mensen, die weinig tijd en geduld hadden voor zelfmedelijden en zwakte. En ze was bovenal Amerikaans. En als er iets Amerikaans was, dan wel het idee dat er altijd wel ergens een nieuw begin te vinden moest zijn.”
Omdat ze vanuit elke ellendige situatie weer krachtig weet terug te komen (haar motto was: “Houd altijd moed!”) kun je niets anders dan bewondering opbrengen voor deze vrouw.

Tijdens haar research is van der Zijl veel krantenknipsels tegengekomen met bijzondere uitspraken en anekdotes over de “Amerikaanse prinses”. Dit geeft een nog betere indruk van hoe men in die tijd over haar dacht en wat ze over haar zeiden. De foto’s in het boek maken het geheel compleet en De Amerikaanse prinses is dan ook echt een prachtig document geworden.

Ik heb op de middelbare school een geschiedenisleraar gehad die zo prachtig kon vertellen, dat hij mij de liefde voor geschiedenisverhalen heeft meegegeven. Toen ik dit boek las, moest ik aan hem denken. Dit soort verhalen, die een kijkje geven in het leven van zo’n honderd jaar geleden, zijn vaak prachtig om te lezen. En zeker op de manier waarop van der Zijl (en dus ook mijn vroegere leraar) dit heeft gedaan: het leest als een roman en is vanaf het begin tot het eind boeiend. Ik ben heel benieuwd over wie haar volgende boek gaat!


28 december 2015:
Een schitterend ongeluk- Inge Ipenburg – The House of Books – 367 blz.

Inge Ipenburg is bij mij bekend als actrice in Goede Tijden Slechte Tijden. In eerste instantie dacht ik dan ook: “weer zo iemand die zo nodig een boek moet schrijven.”
Maar ik werd aangenaam verrast! Een schitterend ongeluk is het tweede boek van Ipenburg, Het gerecht was haar debuutroman.

Vijf vrienden leren elkaar kennen in de brugklas en zijn vanaf dat moment onafscheidelijk. Ze zijn zogenaamde “underdogs” en vinden veel steun bij elkaar. Ze blijven voor altijd samen, ook in hun volwassen leven. Relaties stranden omdat er echt niemand tussen kan komen in deze hechte groep en andere vrienden worden niet toegelaten. Twee van hen krijgen samen een relatie.

Op een dag krijgen Merel en Jasper een auto-ongeluk. Ze overleven het allebei ternauwernood, maar vanaf dat moment verandert alles. Allerlei geheimen komen aan het licht. Wie is die vreemde man die bij hun auto weggerend is? Wie is Lisa, die maar naar Jaspers werkmobiel blijft bellen? Waar is Don gebleven, die twee jaar geleden uit hun leven verdwenen is, en waarom is hij weggegaan?

Ipenburg weet de spanning erg goed op te bouwen, mede door de korte zinnen. Met kleine stukjes wordt er steeds een gedeelte van een geheim ontrafeld en komen we meer te weten over de ingewikkelde levens van de vijf vrienden.
Met flashbacks wordt beschreven hoe de vriendschap tot stand is gekomen. Dit is heel goed gedaan, je voelt echt dat dit vijf verbonden zielen zijn. Elk karakter krijgt zijn eigen unieke eigenschappen mee, en zo krijg je als lezer ook een favoriet persoon in het boek.
Het einde is heel onverwachts en zag ik echt niet aankomen!

Een schitterend ongeluk zou ik geen thriller willen noemen. Het is een prachtige roman over vriendschap, geheimen en intriges, die heel veel spannende momenten heeft.
Wat mij betreft mag Ipenburg blijven schrijven, ik kijk uit naar haar derde boek!


27 december 2015:
Vertrouw me – Mike Bullen – Vertaling: Davida van Dijke – The House of Books – 384 blz.

Mike Bullen is scriptschrijver van de Britse televisieserie Cold feet. Hij woont met vrouw en kinderen in Sydney en Vertrouw me is zijn eerste roman.

Wat gebeurt er als er twee getrouwde mannen moeten overnachten in een hotel, een paar biertjes teveel drinken en ook nog eens twee aantrekkelijke vrouwen tegenkomen? Greg is een populaire jongen die het altijd goed doet bij de dames, maar ook in zijn werk als verkoopmedewerker scoort hij goed. Zijn collega Dan is een rustige, een beetje saaie man en hij heeft moeite elke maand zijn verkooptarget te halen. Als ze de mooie Liz en Lynda tijdens een conferentie tegen het lijf lopen, probeert Greg om Dan over te halen om voor één keer eens vreemd te gaan. Uiteraard verloopt het allemaal anders dan het oorspronkelijke plan was.

Bullen heeft er een leuk verhaal van weten te maken. Zijn schrijfstijl is toegankelijk en met veel humoristische vergelijkingen (“zijn bekering was zo razendsnel gegaan als de geestelijke haarspeldbocht die St.Paulus onderweg naar Damascus maakte”).

Het boek gaat over vertrouwen en ontrouw, maar ook over vriendschap en familiebanden. Hoe gaan beide echtgenotes om met het feit dat hun mannen ontrouw plegen? Hoe reageert de familie van beide mannen op alles wat er gebeurt is en de gevolgen hiervan? Erg leuk om te lezen is, hoe Dan verandert door alles wat er is voorgevallen. Van een loser transformeert hij in een snelle jongen, waarbij alles lijkt te lukken; een rol die eerder altijd voor Greg was weggelegd.

De vriendschap tussen Dan en Greg is in het begin een beetje vaag. Ze zijn collega’s, maar ik krijg niet het idee dat ze altijd al vrienden voor het leven waren, ook al is dat wel wat Bullen probeert neer te zetten. Ze zijn meer twee collega’s die in hetzelfde schuitje terecht komen. Door alles wat ze samen meemaken, wordt hun band echter wel enorm versterkt, zodat ze uiteindelijk toch eindigen als goede vrienden.

Het perspectief in het verhaal wisselt regelmatig en voor mijn gevoel is dat iets te chaotisch. Je leest de gedachten van de mannen, de vrouwen maar ook van de bijrollen door elkaar heen in één alinea. Het voordeel is wel dat je meer inzicht krijgt in de belevingswerelden van deze mensen. Vooral voor het karakter van Howard (hotelreceptionist) is dit een leuke toevoeging.

Vertrouw me is een heerlijk feel-good-boek en perfect om te lezen tijdens de Kerstdagen.


15 december 2015:

Puber leaks (Wat wij werkelijk denken, terwijl jij denkt dat we niets denken) – Paul Bühre, 15 – Vertaling: Sylvia Wevers – Boekerij – 191 blz.

Puber leaks

De Duitse Paul Bühre (15 jaar) moest tijdens zijn stage bij een krant een artikel schrijven over de dagelijkse beslommeringen en gedachten van een puber. Dit werd zo’n succes, dat hij meer stukjes is gaan schrijven en het is zelfs tot een boek gekomen.

“En wat vinden wij zombies nou echt belangrijk? Ons mobieltje? Een goede internetverbinding? Een McDonald’s in de buurt? Zijn er echt mensen die zo over ons denken? Die ons niet zien als mensen, maar als een plaag? Zo ja, dan wil ik hier eens en voor altijd duidelijk maken dat wij echte mensen zijn. Net zoals alle andere mensen hebben wij wensen en dromen en vooral een ziel. En dat we allemaal hetzelfde mobieltje hebben en ons min of meer hetzelfde kleden, betekent nog niet dat we één groot brein delen. We zijn zo verschillend als mensen nu eenmaal zijn, ook al doen we vreselijk ons best om dat te verhullen.”

Het boek heeft 12 hoofdstukken met elk een ander thema, zoals school, games, social media, drugs, seks en opvoedingsproblemen. Met veel humor vertelt hij over elk thema en wat “de gemiddelde puber” hierbij denkt en doet.
Zo is een klas volgens hem onder te verdelen in drie groepen:
A: de populaire kinderen
B: degenen die niet in A zitten
C: de meisjes
Over gewelddadige games heeft hij de mening dat dit echt niet tot werkelijk agressief gedrag leidt. “Van deze computerspelletjes word je dus net zo min een geweldpleger die een bloedbad op school aanricht als Farmville je ertoe aanzet om een vredig plattelandsleven te gaan leiden.”
Dat pubers altijd met koptelefoons op lopen heeft volgens Bühre twee redenen: het is cool, of de puber wil zich even afsluiten van de wereld om zich heen.

De puber Paul Bühre is geen betweterige wereldverbeteraar van vijftien jaar. In sommige hoofdstukken vind ik dat hij wel een hele brave jongen is, maar ook hij blijft liever lui op de bank zitten in plaats van te gaan demonstreren tegen kernenergie. En ook hij koopt zijn kleding bij H&M, ook al zijn de werkomstandigheden van de arbeiders dubieus.
De tekeningen in het boek heeft Bühre zelf gemaakt. Sommige zijn warrig van opzet en daar snap ik niet helemaal van wat hij ermee bedoelt, maar over het algemeen tekent hij erg leuk.

Als moeder van twee pubers (wel dochters, maar de strekking blijft hetzelfde), zijn sommige stukjes een eyeopener voor mij geweest. Mijn oudste dochter vond het boek ook erg leuk en herkende er veel in terug.
Iedereen die een puber in huis heeft en elke orthopedagoog zou naast de bekende literatuur over opvoeden, ook dit boek moeten lezen.